ECLI:NL:RBHAA:2009:BK1650

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
21 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
awb 09-4806
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • A.C. Terwiel-Kuneman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19 WRO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning winkelruimte Albert Heijn

Het geschil betrof een verzoek om een voorlopige voorziening tegen de aan Preferent Projectontwikkeling verleende bouwvergunning voor een complex met 210 woningen, een ruimte voor sociaal maatschappelijke doeleinden, een winkelruimte en een parkeerkelder.

Verzoeksters, V.o.f. Plus Drie en Plus Vastgoed B.V., maakten bezwaar tegen de omvang van de Albert Heijn supermarkt in het nieuwe winkelcentrum, omdat zij een toezegging hadden gekregen dat hun Plus Supermarkt de grootste supermarkt in het gebied zou blijven. Het geschil spitste zich toe op de berekening van het winkelvloeroppervlak en de rechtsgrondslag van de vrijstelling bij de bouwvergunning.

De voorzieningenrechter stelde vast dat de vergunninghouder zou beginnen met bouwactiviteiten aan de parkeerkelder en damwanden, maar dat het geschil zich vooral beperkte tot de grootte van de winkelruimte van Albert Heijn. Omdat niet was aangevoerd dat het gebouw in zijn huidige omvang niet mocht worden gebouwd, oordeelde de voorzieningenrechter dat er geen spoedeisend belang was voor het treffen van een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af. Tevens werd aangegeven dat binnen enkele weken een besluit op de bezwaren van verzoeksters zou volgen en dat vergunninghouder had besloten niet te bouwen totdat duidelijkheid over de rechtmatigheid van de vergunning bestond.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning voor de Albert Heijn supermarkt is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector bestuursrecht
zaaknummer: AWB 09/4806
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 oktober 2009
in de zaak van:
V.o.f. Plus Drie
gevestigd te Haarlem,
en:
Plus Vastgoed B.V.,
gevestigd te De Bilt,
verzoeksters,
gemachtigde: mr. M. Lanen, advocaat te Utrecht,
tegen:
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,
verweerder,
gemachtigde: drs. J.R. Hartmans, werkzaam bij de gemeente Haarlem,
derde partij:
Preferent Projectontwikkeling,
vergunninghouder,
gevestigd te Haarlem,
gemachtigde: mr. H.J. van der Hauw, advocaat te Velsen-Zuid.
Tegenwoordig: mr. A.C. Terwiel-Kuneman, voorzieningenrechter en mr. J. Poggemeier griffier.
Zitting: 21 oktober 2009.
Verschenen: Alle partijen zijn verschenen bij gemachtigde. Tevens is verschenen P. van Honk, werkzaam voor Preferent Projectontwikkeling.
Het geschil betreft het verzoek om een voorlopige voorziening d.d. 29 september 2009 hangende bezwaar gericht tegen de aan Preferent Projectontwikkeling verleende bouw-vergunning van 20 juli 2009 met vrijstelling ex artikel 19, tweede lid, Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) voor het bouwen van 210 woningen, een ruimte voor sociaal maatschap-pelijke doeleinden, een winkelruimte en een parkeerkelder aan de [adres] en omge-ving. Bij fax van 19 oktober 2009 is het verzoek beperkt tot de omvang van de supermarkt.
Bij mondelinge uitspraak van 21 oktober 2009 heeft de voorzieningenrechter het verzoek af-gewezen. De voorzieningenrechter heeft daartoe het volgende overwogen.
Uit het dossier en het verhandelde ter zitting is gebleken dat het bouwplan onder meer tot doel heeft het winkelcentrum aan [adres] ‘op te waarderen’ tot het winkelcentrum van Haarlem-Noord. De bezwaren van verzoeksters richten zich tegen de vestiging van de -thans nog aan de [adres] gevestigde- Albert Heijn (AH) in een deel van de te bouwen winkelruimte. Deze bezwaren houden verband met de door verweerder in het verleden ge-dane toezegging -zulks is van de zijde van verweerder ter zitting ook met zoveel woorden erkend- aan verzoeksters dat de Plus Supermarkt aan [adres] de grootste supermarkt zou blijven qua winkelvloeroppervlak, nadat uitvoering zal zijn gegeven aan het bouwplan. Blijkens het verhandelde ter zitting spitst de discussie zich met name toe op de vraag welke onderdelen van de totale bedrijfruimten tot het winkelvloeroppervlak dienen te worden gerekend en welke niet. Beide partijen komen tot een verschillend aantal m2 voor wat betreft de bestaande Plus Markt; verzoeksters komen uit op een winkelvloeroppervlak van 1.028 m2, waar verweerder uitkomt op 1.086 m2. Beide uitkomsten zijn derhalve klei-ner dan het niet in geschil zijnde aantal m2 winkelvloeroppervlak van de nieuwe AH, name-lijk 1.119 m2. Verweerder concludeert op basis van zijn berekening tot een marginaal verschil en kent aan het belang bij de verplaatsing van de AH doorslaggevende betekenis toe boven het gestand doen van de toezegging aan verzoeksters. Verzoeksters zijn van mening dat verweerder de gedane toezegging dient na te komen. Daarnaast verschillen partijen van mening over de rechtsgrondslag van de aan de bouwvergunning verbonden vrijstelling. Verzoeksters zijn van mening dat verweerder niet kon volstaan met een vrijstelling ex artikel 19, tweede lid, WRO maar dat een vrijstelling op grond van het eerste lid van dat artikel diende te worden afgegeven.
De gemachtigde van verweerder heeft ter zitting aangegeven dat over ruim twee weken een besluit op de bezwaren van verzoeksters zal worden genomen. Voorts wordt nagedacht over de mogelijkheid de Plusmarkt te laten groeien. Namens vergunninghouder is aangegeven dat besloten is niet te gaan bouwen totdat er over de rechtmatigheid van de bouwvergunning meer duidelijkheid bestaat. Ter zitting is gebleken dat vergunninghouder bij de aanvang van de bouw zal beginnen met het slaan van damwanden en het uitgraven van de ondergrondse parkeerkelder. Gelet hierop en nu het geschil (met name) is beperkt tot de grootte van de winkelruimte van AH in de nieuwbouw en niet is aangevoerd dat het gebouw in zijn huidige omvang niet mag worden gebouwd, acht de voorzieningenrechter met inachtneming van de ter zitting verstrekte informatie geen spoedeisend belang aanwezig, dat noopt tot het treffen van een voorlopige voorziening.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal,
(griffier) (voorzieningenrechter)
afschrift verzonden op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.