ECLI:NL:RBHAA:2009:BK2777

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
29 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 09 - 4592
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • A.C. Terwiel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tijdelijke standplaatsvergunning ondanks gewekte verwachtingen

Verzoeker vroeg om een tijdelijke standplaatsvergunning voor het Julianapark in Haarlem voor de periode 1 november tot en met 31 december 2009. Het college plaatste verzoeker op een wachtlijst en wees het verzoek af. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter overwoog dat mevrouw [naam], partner van de vergunninghouder van de standplaats op het Stationsplein, op grond van het beleid aanspraak kan maken op overname van die standplaats. Omdat de standplaats tijdelijk niet beschikbaar was, bood de gemeente haar een alternatieve standplaats aan op het Julianapark, welke zij wilde innemen.

Verzoeker beriep zich op gewekte verwachtingen vanwege eerdere werkzaamheden op de standplaats Julianapark en eerdere verzoeken om een standplaats, maar de rechtbank vond deze verwachtingen onvoldoende om de aanspraak van mevrouw [naam] te overrulen. Wel werd erkend dat de gemeente niet geheel onverplicht was in overleg getreden met verzoeker over alternatieven. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor een tijdelijke standplaatsvergunning werd afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector bestuursrecht
zaaknummer: AWB 09 - 4592
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 oktober 2009
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker,
gemachtigde: W.J. van Aken, juridisch adviseur te Hillegom,
tegen:
het college van burgemeester en wethouders van Haarlem,
verweerder.
Tegenwoordig: mr. A.C. Terwiel, voorzieningenrechter, en mr. J.K. N'Daw, griffier.
Zitting: 20 en 29 oktober 2009
Verschenen: Verzoeker in persoon, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder vertegenwoordigd door R. de Vries en M. Jardine en op 29 oktober tevens door J. de Dood, allen werkzaam bij de gemeente Haarlem.
Bij besluit van 10 september 2009 heeft verweerder verzoeker, naar aanleiding van zijn verzoek gedateerd 29 juli 2009 om een tijdelijke standplaatsvergunning voor de periode van 1 november 2009 tot en met 31 december 2009 op de locatie Julianapark te Haarlem, op een wachtlijst voor standplaatsen geplaatst.
Tegen dit besluit heeft verzoeker bij brief van 14 september 2009 bezwaar gemaakt. Bij brief van 18 september 2009 heeft hij verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Bij mondelinge uitspraak van 29 oktober 2009 heeft de voorzieningenrechter het verzoek afgewezen.
De voorzieningenrechter heeft daartoe het volgende overwogen.
Op 23 september 2009 heeft mevrouw [naam] een aanvraag ingediend voor de standplaats op het Stationsplein te Haarlem voor de verkoop van oliebollen. Niet in geschil is dat mevrouw [naam] op grond van het beleid, neergelegd in de nota Overname standplaats 1e graad, als bloed- of aanverwant aanspraak kan maken op overname van de standplaatsvergunning voor de locatie Stationsplein. Nu deze standplaats vanwege de werkzaamheden tijdelijk niet beschikbaar is, heeft verweerder als alternatief voor één seizoen de standplaats aan het Julianapark aangeboden aan mevrouw [naam]. Zij heeft te kennen gegeven deze standplaats te willen innemen.
Verzoeker doet een beroep op de verwachtingen die verweerder heeft gewekt en stelt dat deze gewekte verwachtingen hem voorrang geven op mevrouw [naam]. Verzoeker voert hiertoe onder verwijzing naar de prijzen die hij heeft gewonnen - samengevat - aan dat hij vanaf 2003 tot en met 2007 op de standplaats Julianapark heeft gewerkt, sinds 2004 meerdere verzoeken heeft ingediend om een standplaats te mogen innemen en dat dit ten onrechte niet schriftelijk is vastgelegd door verweerder noch tot plaatsing op de wachtlijst heeft geleid. Steeds heeft verweerder hem gewezen op het in ontwikkeling zijnde nieuwe standplaatsenbeleid. Op grond van dit nieuwe beleid zouden in de toekomst te vergeven standplaatsvergunningen door middel van een loterij worden vergeven of naar de beste kandidaat gaan.
De rechtbank is van oordeel dat de door verzoeker gestelde gewekte verwachtingen onvoldoende zijn om de aanspraken van de partner van vergunninghouder [naam] op een vergelijkbaar alternatief voor de standplaats op het Stationsplein opzij te zetten. Evenwel is verweerder, gelet op de onduidelijke en trage besluitvorming, niet geheel onverplicht in overleg getreden met verzoeker over een alternatieve (initiatief) standplaats.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal,
griffier voorzieningenrechter
afschrift verzonden op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.