ECLI:NL:RBHAA:2009:BK4497

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
23 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
15/801321-09
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 65 SvArt. 66 SvArt. 67 SvArt. 67a SvArt. 78 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevel tot gevangenhouding ondanks verblijf verdachte in EU-lidstaat wegens onvoldoende controle op adres

De rechtbank Haarlem behandelde het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van een verdachte die verblijft in een EU-lidstaat, te weten België. De raadsman stelde dat het gevaar voor vlucht niet op het verblijf in het buitenland mocht worden gebaseerd vanwege de vrijheid van verkeer binnen de EU. De rechtbank oordeelde echter dat het niet de mogelijkheid tot uitwijken is die het vluchtgevaar bepaalt, maar het ontbreken van controle op het opgegeven adres in het buitenland met de huidige administratieve systemen.

De rechtbank stelde dat deze situatie vergelijkbaar is met die van een Nederlander zonder vaste woon- of verblijfplaats, waarbij ook geen controle mogelijk is. Hoewel de situatie kan veranderen door toekomstige Europese regelgeving, achtte de rechtbank de enkele mededeling van de verdachte over zijn verblijfplaats en zijn verklaring niet voldoende om het vluchtgevaar weg te nemen.

Op grond hiervan werd het bevel tot gevangenhouding voor negentig dagen bevestigd en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis afgewezen. De voorlopige hechtenis zal worden uitgevoerd in een huis van bewaring in Nederland.

Uitkomst: De rechtbank bevestigt het bevel tot gevangenhouding voor negentig dagen en wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
SECTOR STRAFRECHT
VESTIGING SCHIPHOL
BEVEL GEVANGENHOUDING
Parketnummer: 15/801321-09
De rechtbank;
Gezien de vordering van de officier van justitie, strekkende tot gevangenhouding van:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [adres],
thans verblijvende: PI Noord Holland Noord - HvB Zwaag te Zwaag;
gelet op het tegen de verdachte verleende bevel tot bewaring van 15 september 2009, welk bevel van kracht is tot 29 september 2009;
gehoord de officier van justitie;
gehoord de verdachte;
overwegende, dat de raadsman heeft betoogd dat het gevaar voor vlucht - als enige grond voor de voorlopige hechtenis - ten onrechte wordt gebaseerd op het feit dat de verdachte verblijft op een (geregistreerd) adres in het buitenland, in Antwerpen. De raadsman is van mening dat dit standpunt zich niet verhoudt met de vrijheid van verkeer en van personen zoals dit wettelijk geldt binnen de EU lidstaten. De rechtbank volgt deze visie van de raadsman echter niet, aangezien niet zozeer de mogelijkheid van het uitwijken naar België kan worden beschouwd als gevaar voor vlucht, maar wel het gegeven dat
met de thans voorhanden zijnde administratieve systemen geen controle buiten Nederland kan worden uitgeoefend op het opgegeven adres en op wijzigingen van dat adres. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een andere
behandeling dan van een Nederlands ingezetene bij wie een dergelijke controle ook niet kan worden uitgevoerd, zoals een Nederlander zonder vaste woon- of verblijfplaats. De rechtbank sluit niet uit dat deze situatie verandert na invoering van het Europees Kaderbesluit Surveillancebevel. Een en ander betekent niet uit dat in een concreet geval geen andere afweging zou kunnen worden gemaakt, maar de enkele mededeling van de verdachte over waar in Antwerpen hij woont en zijn mededeling ter zitting dat hij niet zal vluchten, acht de rechtbank daarvoor onvoldoende.
overwegende, dat de rechtbank na onderzoek is gebleken dat de verdenking, bezwaren en gronden, die tot het bevel tot bewaring van verdachte hebben geleid, ook thans nog bestaan;
overwegende, dat het bestaan van deze gronden blijkt uit gedragingen, feiten en omstandigheden zoals die zijn vermeld in het tegen verdachte verleende bevel tot bewaring d.d. 15 september 2009, welke de rechtbank als hier overgenomen beschouwt;
overwegende, dat de rechtbank geen termen aanwezig acht het mondeling zoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis in te willigen
gelet op de artikelen 65, 66, 67, 67a en 78 Wetboek van Strafvordering;
beveelt de gevangenhouding van verdachte voor een termijn van negentig dagen ingaande op het ogenblik der tenuitvoerlegging en bepaalt dat de voorlopige hechtenis zal worden ondergaan in een huis van bewaring hier te lande.
Wijst af het mondeling verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Aldus gedaan op 23 september 2009 door:
mrs. G.F.H. Lycklama A Nijeholt, voorzitter,
P.M. Schuyt, rechter,
W.B. Klaus, rechter,
in tegenwoordigheid van H. Brinks, griffier.