ECLI:NL:RBHAA:2009:BK6082
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verkoop en aflevering cocaïne
Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk verkopen en afleveren van ongeveer 50,8 gram cocaïne op 5 maart 2009 in Haarlem. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van vijf maanden en verbeurdverklaring van inbeslaggenomen goederen.
Tijdens de zitting bleek dat verdachte werd aangehouden zonder dat bij hem of in zijn auto cocaïne werd aangetroffen. De medeverdachte, die later werd aangehouden met 62,5 gram cocaïne, had de drugs mogelijk niet van verdachte verkregen. Het observatieteam had hem niet continu in het oog gehouden, en hij had kort voor de ontmoeting met verdachte al cocaïne verstrekt aan een ander.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende zekerheid bestond dat de aangetroffen cocaïne bij de medeverdachte afkomstig was van verdachte. Ook de aanwezigheid van tapverslagen van telefoongesprekken bood geen redengevend bewijs. Daarom werd verdachte vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten en werd de teruggave van inbeslaggenomen goederen gelast.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van verkoop en aflevering van cocaïne.