ECLI:NL:RBHAA:2009:BK6852
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.J. van Brussel
- G. Guinau
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Vernietiging schorsingsbesluit handelsvergunningen escitalopram wegens onvoldoende feitelijke grondslag dossierbescherming
De rechtbank Haarlem behandelde een geschil over de schorsing van handelsvergunningen voor geneesmiddelen met escitalopram als werkzame stof. Verweerder had de vergunningen geschorst omdat escitalopram volgens hem een nieuw werkzaam bestanddeel was, waardoor dossierbescherming van het Lexapro-dossier van toepassing zou zijn. Eisers, waaronder Tiefenbacher en andere farmaceutische bedrijven, betwistten dit standpunt en voerden aan dat escitalopram deel uitmaakt van dezelfde globale vergunning als Cipramil en geen nieuw werkzaam bestanddeel is.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende feitelijke grondslag had om aan te nemen dat de Zweedse beoordelingsautoriteit escitalopram als nieuw werkzaam bestanddeel had aangemerkt. De stukken waarop verweerder zich baseerde waren onvoldoende onderbouwd en tegenstrijdige informatie van de Zweedse autoriteit versterkte dit oordeel. Verweerder had bovendien nagelaten zelf nader onderzoek te doen.
Verder stelde de rechtbank vast dat schorsing van een handelsvergunning pas mogelijk is nadat deze is verleend, en dat in dit geval nog niet vaststond of aan de voorwaarden voor vergunningverlening was voldaan. Verweerder had daarom de vergunningen moeten weigeren in plaats van schorsen. De beroepen van eisers werden gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen tien weken een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Tevens werd de schorsing van de vergunningen voorlopig gehandhaafd tot de nieuwe beslissing.
Tot slot veroordeelde de rechtbank het College ter beoordeling van geneesmiddelen tot vergoeding van proceskosten aan eisers en wees het meer of anders gevorderde af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer en is vatbaar voor hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het besluit tot schorsing van handelsvergunningen voor escitalopram wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen tien weken een nieuwe beslissing te nemen.