ECLI:NL:RBHAA:2009:BK7405
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aanhouding gerechtelijke vaststelling vaderschap na overlijden vermeende vader
Verzoeker verzoekt de rechtbank om het vaderschap vast te stellen van een man die is overleden in 2005, waarbij hij zich baseert op het feit dat hij slechts één ouder heeft, zijn moeder, en dat de man vermoedelijk zijn biologische vader is. Verzoeker wil een DNA-onderzoek laten uitvoeren tussen hem en de volle zus van de overledene om het vaderschap met voldoende zekerheid vast te stellen.
De erfgenamen betwisten niet dat het mogelijk is dat de overledene de verwekker is, maar wijzen op de problematiek rondom het verkrijgen van DNA-materiaal van de overledene zelf, mede vanwege het feit dat hij in een algemeen graf is begraven met meerdere overledenen. Tevens betwisten zij dat een DNA-onderzoek tussen verzoeker en de volle zus voldoende zekerheid kan bieden.
De rechtbank overweegt dat op dit moment niet vaststaat dat er voldoende betrouwbaar DNA-materiaal beschikbaar is van de overledene zelf en dat de enige mogelijkheid om het vaderschap vast te stellen een DNA-onderzoek tussen verzoeker en de volle zus is. De rechtbank draagt verzoeker op nadere informatie te verstrekken over de technische mogelijkheden van dit DNA-onderzoek en houdt de beslissing aan totdat deze informatie is ontvangen en beoordeeld.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan in afwachting van nadere informatie over de mogelijkheid van DNA-onderzoek tussen verzoeker en de volle zus van de overledene.