ECLI:NL:RBHAA:2009:BK7929
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.E.A. Toeter
- D.G.M. van den Hoogen
- W.B. Klaus
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor ontuchtige handelingen met minderjarige vriend van zoon
De rechtbank Haarlem heeft verdachte schuldig bevonden aan het plegen van ontuchtige handelingen met een 14-jarige jongen, een vriend van zijn zoon, in een box onder zijn flatwoning. Verdachte maakte misbruik van het vertrouwen van het slachtoffer en ontnam hem de mogelijkheid zijn seksualiteit op eigen wijze te ontdekken. Het bewezenverklaarde feit bestond uit intiem masseren, vastpakken en masturberen van het slachtoffer, alsmede orale seks.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het primair tenlastegelegde feit, waarin sprake zou zijn van dwang of bedreiging, omdat dit niet bewezen kon worden. Wel werd het subsidiair tenlastegelegde feit bewezen verklaard op basis van verklaringen van het slachtoffer, zijn moeder, en een deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut dat DNA-sporen van verdachte op het ondergoed van het slachtoffer aantoonde.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met het eerdere soortgelijke delict waarvoor verdachte al deels voorwaardelijk was veroordeeld en dat dit nieuwe feit binnen de proeftijd was gepleegd. Verdachte ontkende het bewezen verklaarde feit en beschuldigde het slachtoffer van het afleggen van een valse verklaring uit eigenbelang, hetgeen de rechtbank ongeloofwaardig achtte. De rechtbank veroordeelde verdachte tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van vijf jaar, en legde een schadevergoedingsmaatregel van €1125,- op aan het slachtoffer.
Daarnaast werd de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf uit 2008 gelast, omdat verdachte de proeftijdvoorwaarden had geschonden. De rechtbank benadrukte de ernst van het delict en het risico op herhaling, mede gezien de kwetsbaarheid van het slachtoffer en het misbruik van een vertrouwenspositie.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van vijf jaar, en tot betaling van schadevergoeding wegens ontuchtige handelingen met een minderjarige.