ECLI:NL:RBHAA:2009:BK8455
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- A.C. Terwiel-Kuneman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij beëindiging bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Verzoekster ontving sinds 2004 een bijstandsuitkering als alleenstaande met toeslag. Na verhuur van een kamer aan een derde en een onderzoek naar haar woonsituatie heeft verweerder vastgesteld dat verzoekster met deze persoon een gezamenlijke huishouding voert. Dit leidde tot beëindiging en intrekking van haar uitkering per juli 2009. Verzoekster maakte bezwaar en diende een nieuwe aanvraag in, die eveneens werd afgewezen op grond van het onweerlegbaar rechtsvermoeden van gezamenlijke huishouding volgens artikel 3, vierde lid, WWB.
Verzoekster betwist de gezamenlijke huishouding en de bevindingen van het huisbezoek, wijst op gewijzigde omstandigheden en een verklaring van de betrokkene. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat sprake is van een gezamenlijke huishouding, mede gelet op de rapportage en het feit dat verzoekster onvoldoende onderbouwing biedt tegen de bevindingen.
De brief van de werkcoach wordt niet als besluit aangemerkt en het bezwaar hiertegen is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het onweerlegbaar rechtsvermoeden van gezamenlijke huishouding kan niet worden doorbroken door de gewijzigde omstandigheden. Daarom wijst de voorzieningenrechter de verzoeken om voorlopige voorziening af en bestaat geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigt de beëindiging van de bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding.