ECLI:NL:RBHAA:2009:BL4517
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verwijdering steiger en gebruiksvergoeding op grond van privaatrechtelijke toestemming en verjaring
Het geschil betreft de vraag of het Hoogheemraadschap van Rijnland een gebruiksvergoeding kan vorderen van de gebruiker van een steiger op haar eigendom in de Ringvaart. De gebruiker stelt dat er een geldige privaatrechtelijke toestemming bestaat of dat hij door verjaring een recht van opstal of erfdienstbaarheid heeft verkregen.
De rechtbank overweegt dat het Hoogheemraadschap als eigenaar in beginsel vrij is om gebruik van haar eigendom uit te sluiten, tenzij andersluidende afspraken bestaan. De stelling dat een eenmalige betaling een gebruiksvergoeding afkocht, wordt niet bewezen. De mededeling bij de vergunning impliceert dat privaatrechtelijke toestemming niet nodig is indien het Hoogheemraadschap eigenaar is, zodat een gebruiksrecht op grond van een duurovereenkomst geldt, welke opzegbaar is. De brief van het Hoogheemraadschap van 23 maart 2007 geldt als opzegging.
Het beroep op verkrijgende en bevrijdende verjaring wordt afgewezen wegens gebrek aan bezit te goeder trouw en ondubbelzinnige bezit van een zakelijk recht. Het betoog dat het Hoogheemraadschap zijn publiekrechtelijke bevoegdheden onaanvaardbaar doorkruist, wordt verworpen vanwege het ontbreken van een precarioverordening. De rechtbank draagt bewijslevering op over de aanwezigheid van de steiger sinds 1986 en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gebruiker tot verwijdering van de steiger en stelt bewijslevering over de aanwezigheid van de steiger sinds 1986 aan.