ECLI:NL:RBHAA:2009:BL6847
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. van Santen
- R. van der Heijden
- J.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs medeplegen invoer cocaïne
De rechtbank Haarlem behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van de invoer van circa 2007,6 gram cocaïne op of omstreeks 3 augustus 2009. Verdachte werd aangehouden nabij een bushalte in Amsterdam Zuidoost nadat hij contact had gezocht met een medeverdachte die eerder was aangehouden op Schiphol.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van dertig maanden en stelde dat verdachte als afhaler betrokken was bij de invoer van verdovende middelen. Verdachte verklaarde echter dat hij als snorder actief was en slechts contact probeerde te maken met de medeverdachte om te bepalen of deze gebruik wilde maken van zijn diensten.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte wettig en overtuigend te verbinden aan het tenlastegelegde feit. De verklaring van verdachte werd niet ongeloofwaardig bevonden en de door de officier van justitie aangevoerde omstandigheden waren onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen.
De rechtbank sprak verdachte vrij en gelastte de teruggave van inbeslaggenomen persoonlijke eigendommen. Omdat verdachte werd vrijgesproken, werden andere verweren niet verder besproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat hij medepleger was van invoer cocaïne.