ECLI:NL:RBHAA:2009:BR1320
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Moeder is bevoegd haar kind in rechte te vertegenwoordigen tegen AWBZ-indicatiebesluit
Bij besluit van 15 augustus 2008 heeft het CIZ een indicatiebesluit genomen voor AWBZ-zorg ten behoeve van de dochter van eiseres. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd op 4 november 2008 door verweerder kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat eiseres niet bevoegd zou zijn haar dochter in rechte te vertegenwoordigen vanwege het onder toezicht stellen en uit huis plaatsen van het kind.
De rechtbank oordeelt dat eiseres het gezag over haar dochter uitoefent en derhalve bevoegd is om haar dochter in rechte te vertegenwoordigen. Daarnaast is het bestreden besluit genomen op grond van de AWBZ en niet op een wettelijk voorschrift dat bezwaar en beroep uitsluit. Verweerder heeft het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van moeder wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onterechte niet-ontvankelijkheid van het bezwaar.