ECLI:NL:RBHAA:2009:BR1320

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
10 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 09-62
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:5 AwbArt. 7:1 AwbAlgemene wet bestuursrecht (Awb)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Moeder is bevoegd haar kind in rechte te vertegenwoordigen tegen AWBZ-indicatiebesluit

Bij besluit van 15 augustus 2008 heeft het CIZ een indicatiebesluit genomen voor AWBZ-zorg ten behoeve van de dochter van eiseres. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd op 4 november 2008 door verweerder kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat eiseres niet bevoegd zou zijn haar dochter in rechte te vertegenwoordigen vanwege het onder toezicht stellen en uit huis plaatsen van het kind.

De rechtbank oordeelt dat eiseres het gezag over haar dochter uitoefent en derhalve bevoegd is om haar dochter in rechte te vertegenwoordigen. Daarnaast is het bestreden besluit genomen op grond van de AWBZ en niet op een wettelijk voorschrift dat bezwaar en beroep uitsluit. Verweerder heeft het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.

Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep van moeder wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onterechte niet-ontvankelijkheid van het bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector bestuursrecht
zaaknummer: 152254/2008-4269
AWB 09 - 62
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 februari 2009
in de zaak van:
[naam eiseres], in haar hoedanigheid als wettelijk vertegenwoordiger van
[naam dochter]
wonende te [woonplaats],
eiseres,
gemachtigde: dr. M.M. Tuk-Koek,
tegen:
de Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ),
gevestigd te Driebergen
verweerder.
1. Procesverloop
1.1 Bij besluit van 15 augustus 2008 heeft verweerder ten behoeve van [naam dochter] een indicatiebesluit genomen, inhoudende dat [naam dochter] in aanmerking komt voor AWBZ-zorg in de vorm van wonen met begeleiding en zeer intensieve verzorging.
1.2 Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 27 augustus 2008 bezwaar gemaakt.
1.3 Bij besluit van 4 november 2008 heeft verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
1.4 Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 14 november 2008, aangevuld bij brief van 30 december 2008, beroep ingesteld.
1.5 Op 22 december 2008 heeft de William Schrikker Stichting, Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna te noemen: de Stichting) namens verweerder een verweerschrift ingediend.
1.6 Het beroep is behandeld ter zitting van 30 december 2008 alwaar zijn verschenen:
- eiseres, bijgestaan door haar gemachtigde dr. M.M. Tuk-Koek;
- de Stichting vertegenwoordigd door mevrouw S. van Hilst en mevrouw mr. A. Koudijs.
2. Overwegingen
2.1 Gebleken is dat de Stichting ten behoeve van [naam dochter] bij het CIZ een (her)indicatie heeft aangevraagd voor AWBZ-zorg in de vorm van zorg in natura, te weten wonen met begeleiding en zeer intensieve verzorging bij een gezinswoonvorm van [naam]. Het CIZ heeft deze aanvraag ingewilligd voor de periode van 15 augustus 2008 tot 15 februari 2009. Eiseres is het met dit besluit niet eens en heeft bezwaar gemaakt. Verweerder heeft het bezwaar van eiseres vervolgens kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiseres niet bevoegd zou zijn zaken van [naam dochter] te behartigen. Eiseres is volgens het CIZ beperkt in het ouderlijk gezag. Voorts heeft verweerder zich op het standpunt gesteld – onder verwijzing naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 29 april 2008 (LJN:BD1113) – dat het besluit is genomen op grond van een wettelijk voorschrift dat is opgenomen in de bijlage die bij de Algemene wet bestuursrecht (Awb) behoort, zodat hiertegen op grond van artikel 8:5, eerste lid Awb in samenhang met artikel 7:1 Awb Pro de mogelijkheid van bezwaar niet openstaat.
2.2 De rechtbank ziet zich geplaatst voor de vraag of verweerder op juiste gronden het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk heeft verklaard.
2.3 Uit de gedingstukken blijkt dat eiseres het gezag over [naam dochter] uitoefent. Eiseres is derhalve bevoegd haar dochter in rechte te vertegenwoordigen. Verweerder heeft dan ook ten onrechte gesteld dat eiseres niet bevoegd is de zaken van [naam dochter] te behartigen omdat [naam dochter] onder toezicht is gesteld en uit huis geplaatst.
2.4 Voorts staat vast dat onderhavig besluit is genomen op grond van de AWBZ. Het bestreden besluit is dus niet genomen op grond van een wettelijk voorschrift voorkomend op de zogenaamde negatieve lijst horende bij artikel 8:5 Awb Pro, waartegen geen Awb-beroep en evenmin bezwaar mogelijk zou zijn. Verweerder heeft dan ook ten onrechte gesteld dat eiseres tegen het indicatiebesluit geen bezwaar en beroep zou mogen instellen.
2.5 De rechtbank is van oordeel dat verweerder het bezwaar ten onrechte kennelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard.
2.6 Het beroep zal dan ook gegrond worden verklaard. Het bestreden besluit moet worden vernietigd.
2.7 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Niet gebleken is dat eiseres voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten heeft gemaakt.
3. Beslissing
De rechtbank:
3.1 verklaart het beroep gegrond;
3.2 vernietigt het bestreden besluit van 4 november 2008;
3.3 bepaalt dat verweerder met inachtneming van deze uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar dient te nemen;
3.4 wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. van Keken, rechter en op 10 februari 2009 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van R.C.M. Gerritsen-Martens, griffier.
afschrift verzonden op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.