ECLI:NL:RBHAA:2010:BK9083
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling conservatoir anderbeslag wegens valsheid in geschrift en witwassen
Op 18 november 2009 werd een klaagschrift ingediend door de gemachtigden van klaagster tegen het conservatoir anderbeslag op een bedrag van €5.266.568,- gelegd ten laste van [D] B.V. De rechtbank hield op 18 december 2009 een openbare zitting waarin de rechtmatigheid van het beslag werd betwist door klaagster. Zij voerde onder meer aan dat het beslag niet goed onderbouwd was, dat het totaal van de beslagen de machtiging overschreed, en dat de gelden niet afkomstig waren uit het misdrijf.
De officier van justitie stelde dat voldaan was aan de vereisten van artikel 94a Sv, dat sprake was van een verdenking van misdrijven waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, en dat het beslag niet disproportioneel was. De rechtbank oordeelde dat de toetsing marginaal is en dat het niet de taak is om de hoogte van het voordeel te beoordelen in deze procedure.
De rechtbank stelde vast dat de gelden waarop beslag is gelegd afkomstig zijn van [D] B.V., die deze vermoedelijk op basis van valselijk opgemaakte facturen van [A & B] N.V. heeft ontvangen. Er was voldoende aanwijzing voor verhaalsfrustratie omdat grote bedragen in 2009 naar klaagster werden overgemaakt terwijl civiele claims speelden. Ook was klaagster redelijkerwijs op de hoogte van het mogelijke misdrijf, mede door de media-aandacht en haar eigen verklaringen.
Daarmee waren de drie vereisten van artikel 94a Sv (afkomstvereiste, verhaalsfrustratie en wetenschapsvereiste) vervuld. Het beklag werd daarom ongegrond verklaard. Mr. J.J. Dijk was niet in staat de beschikking mede te ondertekenen.
Uitkomst: Het beklag tegen het conservatoir anderbeslag wordt ongegrond verklaard.