ECLI:NL:RBHAA:2010:BK9090
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van beslaglegging in strafzaak valsheid in geschrift en witwassen
In deze zaak heeft klaagster, een vennootschap, bezwaar gemaakt tegen conservatoir beslag ter waarde van ruim vier miljoen euro dat op haar is gelegd in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar valsheid in geschrift en witwassen. Het klaagschrift betrof onder meer de vermeende overlap van beslagen en de hoogte van het beslag in verhouding tot het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel.
De rechtbank heeft in de raadkamer het klaagschrift behandeld en geoordeeld dat de toetsing van het beslag ex artikel 552a Sv marginaal is en niet inhoudelijk ingaat op de geschatte hoogte van het voordeel. Er is vastgesteld dat aan de wettelijke vereisten is voldaan, waaronder het bestaan van een verdenking voor een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd.
De rechtbank oordeelt dat het niet onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later een ontnemingsmaatregel zal opleggen en dat de beslagen, ook bij gedeeltelijke overlap, niet disproportioneel zijn. Het feit dat beslag is gelegd ten laste van meerdere personen op hetzelfde wederrechtelijk verkregen voordeel staat de rechtmatigheid van het beslag niet in de weg.
Het klaagschrift wordt daarom ongegrond verklaard. Eén van de rechters, J.J. Dijk, was niet in staat de beschikking mede te ondertekenen.
Uitkomst: Het beklag tegen het conservatoir beslag wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.