ECLI:NL:RBHAA:2010:BK9818
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- A.J. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Woningontruiming na overlijden huurder wegens ontbreken duurzame gemeenschappelijke huishouding
De zaak betreft een kort geding over de ontruiming van een woning na het overlijden van de huurder, de moeder van de zoon die de woning wilde blijven bewonen. De zoon had zich kort voor het overlijden bij de gemeente op het adres ingeschreven en verzocht de verhuurder om voortzetting van de huur. De verhuurder wees dit af omdat de zoon geen medehuurder was en de inschrijving te kort was.
De zoon stelde dat hij recht had op voortzetting van de huur op grond van een duurzame gemeenschappelijke huishouding met zijn moeder. De rechtbank oordeelde dat er geen duurzame gemeenschappelijke huishouding was, mede omdat de zoon na de scheiding van zijn ouders elders woonde en pas kort voor het overlijden weer bij zijn moeder introk vanwege haar ziekte. De periode van samenwoning was te kort om van duurzaamheid te spreken.
De brief van de gemeente waarin om coulance werd gevraagd en de toepassing van een hardheidsclausule werd voorgesteld, werd niet gezien als een bindend besluit. De belangenafweging leidde tot de conclusie dat de verhuurder een spoedeisend belang had bij ontruiming vanwege schaarste aan woonruimte en toezegging aan een nieuwe huurder.
De rechtbank veroordeelde de zoon tot ontruiming binnen vijf dagen na betekening van het vonnis en stelde een dwangsom in bij niet-naleving. De vordering van de verhuurder werd toegewezen en de zoon werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De zoon wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen vijf dagen na betekening van het vonnis.