ECLI:NL:RBHAA:2010:BL0980
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontheffing moeder van gezag over minderjarige in belang van continuïteit opvoeding
De rechtbank Haarlem behandelde op 19 januari 2010 het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ontheffing van de moeder van het gezag over haar minderjarige dochter, die sinds haar vijfde jaar in een pleeggezin verblijft. De moeder is sinds de echtscheiding belast met eenhoofdig gezag, maar zij is onmachtig gebleken haar opvoedingsplicht te vervullen.
De minderjarige staat sinds 1995 onder toezicht en verblijft sinds 2002 in een pleeggezin. Er is al drie jaar geen contact tussen moeder en dochter. De moeder erkent de goede ontwikkeling van het kind in het pleeggezin en heeft geen bezwaar tegen het verblijf aldaar, maar vreest het verlies van contact bij ontheffing.
De rechtbank oordeelt dat het belang van de minderjarige bij duidelijkheid over haar opvoedingssituatie en een ongestoord hechtingsproces zwaarder weegt dan de wens van de moeder om het gezag te behouden als middel tot contact. De Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland wordt benoemd tot voogd. De ontheffing wordt uitgesproken met uitstel van uitvoering tot de ondertoezichtstelling eindigt.
De moeder behoudt het recht op contact en de pleegouders hebben bevestigd dat zij openstaan voor contactinitiatieven van de moeder. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden.
Uitkomst: De moeder wordt ontheven van het gezag over de minderjarige en Bureau Jeugdzorg Noord-Holland wordt benoemd tot voogd.