ECLI:NL:RBHAA:2010:BL5024
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Weigering ontruiming en boete bij geschil over onderverhuur bedrijfsruimte en indeplaatsstelling
Eiseres Vomar exploiteert een supermarkt in een bedrijfsruimte die zij verhuurt. Een gedeelte daarvan was onderverhuurd aan gedaagde 1, die een horecabedrijf exploiteerde en dit bedrijf aan gedaagde 2 overdroeg. Vomar vordert ontruiming van de ruimte wegens verboden onderverhuur en boete, en verwijdering van een illegaal aangebracht rookgaskanaal.
Gedaagde 2 stelt dat hij feitelijk als nieuwe huurder is aanvaard door Vomar, onder meer omdat hij sinds juni 2009 de huur betaalt en een bedrag van € 10.000 heeft betaald ter compensatie. De onderhandelingen over een nieuwe huurovereenkomst liepen, maar leidden niet tot overeenstemming.
De kantonrechter oordeelt dat het verzoek tot ontruiming en boete niet kan worden toegewezen. Er is geen spoedeisend belang, omdat Vomar zelf onzeker is over haar eigen huurovereenkomst met de eigenaar. Bovendien is een procedure tot indeplaatsstelling door gedaagde 2 kansrijk, omdat hij huur betaalt en geen bezwaren zijn aangevoerd. Ook de vordering tot verwijdering van het rookgaskanaal wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.
De proceskosten worden aan Vomar opgelegd omdat zij in het ongelijk wordt gesteld.
Uitkomst: Verzoek tot ontruiming en boete wegens verboden onderverhuur wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang en kansrijke indeplaatsstelling.