ECLI:NL:RBHAA:2010:BL5485
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Deelwijziging huisverbod: telefonisch contact met kinderen toegestaan
De rechtbank Haarlem behandelde het beroep van verzoekster tegen een huisverbod opgelegd door de burgemeester van Haarlem, dat was verlengd tot 15 februari 2010. Het huisverbod betrof het betreden en aanwezig zijn in de echtelijke woning en een contactverbod met de minderjarige kinderen. Verzoekster had op 29 januari 2010 een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit te schorsen.
De rechtbank oordeelde dat het huisverbod in enge zin, het betreden en aanwezig zijn in de woning, en het verbod op persoonlijk contact met de kinderen in stand konden blijven vanwege de voortzetting van dreiging en het belang van hulpverlening. Verzoekster had zich niet altijd aan het verbod gehouden en had een suïcidepoging gedaan, wat de noodzaak van het huisverbod onderstreepte.
Echter, het verbod op telefonisch contact met de kinderen werd vernietigd omdat dit een te zware maatregel was die onevenredig nadeel voor zowel verzoekster als de kinderen opleverde. De minderjarige kinderen hadden aangegeven graag contact met hun moeder te willen, ook telefonisch. De rechtbank bepaalde dat verzoekster minimaal drie keer telefonisch contact mocht hebben met haar kinderen tot het einde van het huisverbod.
De voorzieningenrechter maakte tevens gebruik van zijn bevoegdheid om in de hoofdzaak te beslissen, gezien het spoedeisende belang en het feit dat nader onderzoek niet zou bijdragen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan door kinderrechter M.R. Cox op 4 februari 2010.
Uitkomst: Het huisverbod en verbod op persoonlijk contact blijven, maar het verbod op telefonisch contact met de kinderen wordt vernietigd.