ECLI:NL:RBHAA:2010:BL7296
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Compensatie wegens vluchtannulering met vertraging door technische mankementen niet erkend als buitengewone omstandigheid
Passagiers hadden een overeenkomst tot luchtvervoer met Transavia voor een vlucht van Amsterdam naar Barcelona op 7 juli 2007. De vlucht werd geannuleerd vanwege technische mankementen die ontstonden door blikseminslag en andere incidenten met vliegtuigen, waardoor meerdere toestellen aan de grond stonden. Transavia boekte passagiers om naar een latere vlucht, waardoor zij met negen uur vertraging aankwamen.
De passagiers vorderden compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004, artikel 5 lid 1 sub c juncto Pro artikel 7 lid 1 sub Pro b. Transavia beriep zich op buitengewone omstandigheden, maar de rechtbank verwijst naar het arrest van het Hof van Justitie (zaak C-549/07) waarin is vastgesteld dat technische mankementen niet als buitengewone omstandigheden gelden tenzij deze niet inherent zijn aan de normale bedrijfsuitoefening.
De rechtbank oordeelt dat de technische problemen inherent zijn aan de normale bedrijfsuitoefening van Transavia en dat het beroep op buitengewone omstandigheden faalt. De passagiers krijgen derhalve de gevorderde compensatie toegewezen, inclusief buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. De proceskosten worden aan Transavia opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Transavia wordt veroordeeld tot betaling van compensatie en incassokosten wegens vluchtvertraging na annulering.