ECLI:NL:RBHAA:2010:BL9863
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Flipse
- E.A. Coyajee-Kappers
- P.R. de Geus
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap bij internationaal huwelijksvermogensrecht
Partijen zijn in 1998 in Turkije gehuwd en hebben een gemengd verblijf- en nationaliteitsprofiel. De vrouw vestigde zich in 2000 in Nederland, waarna het toepasselijke huwelijksvermogensrecht automatisch wijzigde van Turks naar Nederlands recht voor na die datum verkregen vermogensbestanddelen.
De rechtbank oordeelt dat het eerste huwelijksdomicilie niet in Turkije of Nederland lag, waardoor het huwelijksvermogensregime aanvankelijk door Turks recht werd beheerst. Na vestiging van de vrouw in Nederland geldt het Nederlandse wettelijke stelsel, de wettelijke gemeenschap van goederen, voor de daarna verkregen vermogensbestanddelen.
De peildatum voor de omvang van de gemeenschap is de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking, 25 augustus 2009, ondanks het verzoek van de man om 1 juli 2008 te hanteren. De rechtbank stelt de verdeling van activa en passiva vast, waaronder de verkoop van de echtelijke woning, toedeling van ondernemingen en levensverzekeringen, en verrekening van studieschulden en lasten.
De rechtbank wijst verzoeken van de man af om kostenverdeling anders te regelen en bepaalt dat lasten die hij heeft betaald voor de woning worden verrekend met een correctie voor kinderalimentatie. Tevens wijst zij op de wettelijke verevening van pensioenrechten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan in hoger beroep worden aangevochten.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat het huwelijksvermogensrecht Turks is tot vestiging vrouw in Nederland en daarna Nederlands, en stelt de verdeling van de gemeenschap van goederen vast conform het Nederlandse recht met peildatum 25 augustus 2009.