ECLI:NL:RBHAA:2010:BM1400
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring op grond van hardheidsclausule in huisvestingsverordening
Verzoeker, een gezin uit Sri Lanka met ernstige traumatische ervaringen, vroeg om een urgentieverklaring voor woonruimte in Haarlem. Verweerder weigerde dit omdat verzoeker niet voldeed aan het tweejarig ingezetenschap en omdat er een alternatief woongebied (Beverwijk) beschikbaar was. De rechtbank oordeelde dat verweerder zich redelijkerwijs op dit standpunt kon stellen.
De huisvestingsverordening 2007 stelt strenge eisen aan urgentieverklaringen, waaronder een tweejarig ingezetenschap en een medische of psychosociale noodzaak. De hardheidsclausule kan alleen in uitzonderlijke gevallen worden toegepast. Het advies van de GGD-Kennemerland en verklaringen van betrokken hulpinstanties gaven geen aanleiding om van deze clausule gebruik te maken.
Verzoeker voerde ook verweren aan op grond van het EVRM en het Verdrag inzake de rechten van het kind, maar deze werden door de rechtbank verworpen. De rechtbank concludeerde dat de situatie van verzoeker geen onmenselijke behandeling oplevert en dat er geen positieve verplichting tot het verlenen van urgentie bestaat.
De voorzieningenrechter deed direct uitspraak in de hoofdzaak en verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.