ECLI:NL:RBHAA:2010:BM2305
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na vrijwillig ontslag
Eiser werkte van april tot oktober 2008 bij een bedrijf en nam ontslag na onenigheid met zijn chef. Hij trad vervolgens in dienst bij een ander bedrijf, maar deze arbeidsovereenkomst werd binnen de proeftijd beëindigd. Verweerder weigerde de WW-uitkering omdat het ontslag verwijtbaar was en eiser onvoldoende had gewerkt na het ontslag.
Eiser betoogde dat het ontslag gedwongen was vanwege het gedrag van zijn voormalig filiaalmanager, die later wegens fraude werd ontslagen. De rechtbank oordeelde echter dat eiser bewust het risico nam verwijtbaar werkloos te worden door zonder uitzicht op werk ontslag te nemen en onvoldoende bewijs leverde dat voortzetting van het dienstverband redelijkerwijs niet van hem kon worden gevergd.
De rechtbank verwierp ook het beroep op schending van de hoorplicht, omdat eiser zelf telefonisch afzag van een hoorzitting en geen verzoek tot alsnog horen had gedaan. Het beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de weigering van de WW-uitkering werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WW-uitkering wordt geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.