ECLI:NL:RBHAA:2010:BM5227

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
21 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
459271/ AO VERZ 10-176
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:685 lid 1 BWOpiumwet
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens veroordeling tot gevangenisstraf en verlies toegangspassen Schiphol

De werknemer, sinds 1999 in dienst bij Iberia als technicus onderhoud, is op 16 december 2009 veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar wegens een strafbaar feit in het kader van de Opiumwet. Door deze veroordeling zal hij zijn werkzaamheden op Schiphol niet kunnen voortzetten, mede omdat hij naar verwachting zijn toegangspassen niet zal terugkrijgen. Iberia verzoekt daarom de ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een dringende reden.

De kantonrechter stelt vast dat er geen sprake is van een opzegverbod en dat de omstandigheden rondom de straf en het verlies van toegangspassen een dringende reden vormen om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De werknemer is niet verschenen bij de mondelinge behandeling en heeft geen verweerschrift ingediend.

De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 21 april 2010, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens dringende reden met ingang van 21 april 2010.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector kanton
Locatie Haarlem
zaak/rep.nr.: 459271/ AO VERZ 10-176
datum uitspraak: 21 april 2010
BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST
inzake
de Nederlandse vestiging van de vennootschap naar Spaans recht
IBERIA LINEAS AREAS DE ESPANA S.A.
gevestigd te Madrid
verzoekster
hierna: Iberia
gemachtigde: mr. A. Rodriguez Gonzalez
tegen
[verweerder]
wonende te [woonplaats]
thans verblijvende in de Penitentiaire Inrichting [vestigingsplaats]
verweerder
hierna: [verweerder]
niet verschenen
De procedure
Op 16 maart 2010 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van Iberia. Partijen zijn voor de mondelinge behandeling van dit verzoekschrift opgeroepen, [verweerder] bij aangetekende brief op het adres van de Penitentiaire Inrichting waar hij thans verblijft.
[verweerder] heeft laten weten niet bij de mondelinge behandeling van de zaak aanwezig te zullen zijn. Hij heeft geen verweerschrift ingediend.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 19 april 2010.
De feiten
1. [verweerder], 35 jaar oud, is sinds 18 september 1999 bij Iberia in dienst, laatstelijk in de functie van Technicus Onderhoud tegen een salaris van € 2.032,48 bruto per maand exclusief vakantiegeld en overige emolumenten.
2. [verweerder] is op 16 december 2009 door de Meervoudige Strafkamer van de rechtbank Haarlem veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaren in verband met het plegen van een strafbaar feit in het kader van de Opiumwet.
Het verzoek
Iberia verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een dringende reden.
Ter toelichting stelt Iberia – samengevat – het volgende.
Ten gevolge van zijn veroordeling zal [verweerder] zijn werkzaamheden bij Iberia gedurende vele jaren niet kunnen uitvoeren. De strafbare feiten waarvoor [verweerder] is veroordeeld, hebben direct verband met de werkzaamheden van [verweerder] voor Iberia, nu het gaat om in/uitvoeren van verdovende middelen binnen het terrein van de luchthaven Schiphol. [verweerder] vervulde een vertrouwensfunctie bij Iberia. Naar alle waarschijnlijkheid zullen de door de autoriteiten aan [verweerder] verstrekte toegangspassen niet meer aan [verweerder] worden afgegeven, zodat hij ook na het uitzitten van zijn gevangenisstraf zijn werkzaamheden op de luchthaven Schiphol niet meer zal kunnen verrichten. Dit brengt mee dat van Iberia redelijkerwijze niet kan worden verlangd de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te laten voortduren. Deze dient dan ook op grond van een dringende reden op de kortst mogelijke termijn te worden ontbonden.
De beoordeling van het verzoek
De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:685 lid 1 BW Pro.
De kantonrechter is van oordeel, gelet op hetgeen Iberia onweersproken heeft gesteld, dat sprake is van een dringende reden op grond waarvan de dienstbetrekking op de kortst mogelijke termijn behoort te eindigen.
Gezien de aard van de procedure worden de kosten tussen partijen gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
De beslissing
De kantonrechter:
ontbindt de arbeidsovereenkomst met ingang van 21 april 2010;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.H. Dubois en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.