ECLI:NL:RBHAA:2010:BM5926
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- W.J. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen schorsing consultatiebureauarts wegens vaccinatieklacht
Verzoeker, een consultatiebureauarts, werd geschorst door verweerder, de GGD Zaanstreek-Waterland, naar aanleiding van een ernstige vaccinatieklacht waarbij verzoeker een hib-vaccinatie zou hebben toegediend zonder toestemming van de klaagster. Na meerdere klachten en gesprekken ontstonden twijfels over het naleven van procedures door verzoeker. Verweerder besloot verzoeker de toegang tot werkplekken te ontzeggen en hem te schorsen in het belang van de dienst zolang het onderzoek liep.
Verzoeker stelde dat het schorsingsbesluit onzorgvuldig en in strijd met het hoor en wederhoor-beginsel was genomen, dat het besluit disproportioneel was en dat hij geen inzage kreeg in het dossier. Hij vorderde een voorlopige voorziening om zijn schorsing op te heffen. Verweerder stelde dat de schorsing noodzakelijk was om risico op medische fouten te voorkomen en dat het dienstbelang zwaarder woog dan het belang van verzoeker bij werkhervatting.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder in redelijkheid gebruik had gemaakt van zijn schorsingsbevoegdheid. De procedurele bezwaren konden in bezwaar worden behandeld en waren niet zwaarwegend genoeg om de voorlopige voorziening toe te kennen. Het verzoek werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de schorsing van de consultatiebureauarts wordt afgewezen.