ECLI:NL:RBHAA:2010:BM7541
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.A. de Hek
- G.W.J. Harten
- M.H.L.C. Bijvoet
- Rechtspraak.nl
Geen premieplicht in Nederland voor niet-ingezetene zonder arbeid in dienstbetrekking
Eiser was tot 1 januari 2005 werkzaam bij het Ministerie van Defensie, maar verrichtte vanaf die datum geen werkzaamheden meer en was ontslagen van die verplichting. Hij emigreerde op 21 april 2005 naar de Verenigde Staten en ontving tot 30 november 2005 nog salaris. Verweerder stelde dat eiser premieplichtig bleef omdat hij in dienstbetrekking stond en loon ontving.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 6 AOW Pro premieplicht alleen geldt voor ingezetenen of niet-ingezetenen die arbeid in Nederland verrichten. Omdat eiser geen arbeid verrichtte en niet meer gehouden was daartoe, was hij niet premieplichtig over de betwiste periode. De ruime uitleg van verweerder werd verworpen, mede omdat het sociale zekerheidsverdrag en het BUB 1999 geen oplossing boden.
De rechtbank vernietigde het bezwaar van verweerder, stelde het premie-inkomen vast op een lager bedrag en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het arrest benadrukt het belang van feitelijke arbeid in Nederland voor premieplicht en beperkt de toepassing van premieplicht bij louter formele dienstbetrekking zonder arbeid.
Uitkomst: Eiser is niet premieplichtig voor de volksverzekeringen over de periode 21 april tot en met 30 november 2005.