ECLI:NL:RBHAA:2010:BM7566
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Polak
- M.H.L.C. Bijvoet
- A.J. Roke
- Rechtspraak.nl
Bestemming FAME als brandstof en accijnsheffing op biodieselzendingen
De rechtbank Haarlem behandelde het geschil over de accijnsheffing op zendingen van Fatty Acid Methyl Ester (FAME), een biodieselproduct, geleverd door eiseres aan verschillende bedrijven in Duitsland. Verweerder stelde dat FAME accijnsgoederen zijn omdat zij bestemd zijn voor gebruik als motorbrandstof of brandstof voor verwarming, zoals bedoeld in artikel 25 van Pro de Wet op de accijns (WA). Eiseres betoogde dat FAME ook voor andere doeleinden kan worden gebruikt en dat de bestemming op het moment van invoer niet vaststond.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de meest voor de hand liggende bestemming van FAME brandstof is, mede gelet op de producties van partijen, waaronder facturen, verklaringen van betrokken bedrijven, en de Bill of Lading. De rechtbank verwierp het beroep van eiseres en bevestigde dat FAME als accijnsgoed moet worden beschouwd. Tevens werd gewezen op relevante Europese richtlijnen en nationale wetgeving die de accijnsheffing op energieproducten regelen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 18 mei 2010 door de rechtbank Haarlem, sector bestuursrecht, meervoudige douanekamer.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de accijnsheffing op FAME als brandstof bevestigd.