ECLI:NL:RBHAA:2010:BM8211
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- C.E. Heyning-Huydecoper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij intrekking WWB-uitkering wegens verblijf buitenland langer dan vier weken
Verzoekster ontving een WWB-uitkering van de gemeente Zaanstad, maar vertrok naar Kameroen en verbleef daar langer dan de toegestane vier weken. Hoewel zij verklaarde vanwege het overlijden van haar vader te zijn vertrokken en door ziekte vertraagd terug te keren, kon zij dit niet met bewijsstukken onderbouwen. Verweerder trok daarom haar uitkering per 25 januari 2010 in wegens het niet verstrekken van noodzakelijke inlichtingen en het niet verschijnen op gesprekken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het eerste verzuim (niet verschijnen op 4 maart 2010) verzoekster niet kon worden tegengeworpen omdat verweerder op de hoogte was van haar vertrek. Het niet verschijnen op 10 maart 2010 kon wel aan haar worden toegerekend, maar verweerder had nog geen rechtmatig besluit tot intrekking kunnen nemen. De medische situatie van verzoekster werd niet aannemelijk gemaakt, waardoor zij volgens artikel 13 WWB Pro geen recht op bijstand had.
Verzoekster kreeg de mogelijkheid om tijdens de bezwaarprocedure alsnog bewijs te leveren. Omdat het spoedeisend belang niet voldoende was aangetoond en het bestreden besluit naar verwachting stand zal houden, wees de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de WWB-uitkering wordt afgewezen.