ECLI:NL:RBHAA:2010:BM8467
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. van Kempen
- A.A. Fase
- S.C.W. Douma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verkrijgingsprijs aandelen en navorderingsaanslag inkomstenbelasting
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de waardering van aandelen in E N.V. per 1 januari 1997 centraal, waarbij eiser de verkrijgingsprijs hoger stelt dan de Belastingdienst. De rechtbank beoordeelt of de door verweerder vastgestelde waarde van 10 gulden per aandeel onjuist is en of de opgelegde navorderingsaanslag en vergrijpboete terecht zijn.
Eiser betoogt dat de beursgang in mei 1998 leidend moet zijn voor de waardering, met een hogere verkrijgingsprijs gebaseerd op de introductie- en openingskoers. Verweerder baseert zich op transacties tussen derden, waarderingen door Ernst & Young en GB, en de inbreng van aandelen door andere informal investors, die lagere waarderingen ondersteunen. De rechtbank oordeelt dat de beursgang te ver na de waardepeildatum ligt en dat de potentiële waarde toen nog onzeker was.
De rechtbank stelt vast dat eiser niet geslaagd is in zijn bewijslast om de hogere waarde aan te tonen, mede door de omkering en verzwaring van de bewijslast vanwege het te laat doen van aangifte. De navorderingsaanslag wordt gehandhaafd, maar de boete wordt vernietigd omdat niet is komen vast te staan dat de aanslag te laag is vastgesteld door opzet of grove schuld van eiser. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt gehandhaafd, de boetebeschikking vernietigd en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.