ECLI:NL:RBHAA:2010:BN0256
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling alimentatieverplichting biologische vader na vernietiging erkenning
De vrouw verzocht de rechtbank om vaststelling van een alimentatiebijdrage van €250 per maand door de man, de biologische vader van het kind, aangezien hij geen wettige vader was na vernietiging van de erkenning door een ander. De man voerde aan dat hij alleen alimentatieplichtig is indien de wettige vader niet kan bijdragen en betwistte de hoogte van de behoefte.
De rechtbank overwoog dat volgens vaste jurisprudentie de onderhoudsplicht van de biologische vader vervalt zodra een ander wettige vader is, tenzij bijzondere omstandigheden op grond van art. 8 EVRM Pro een doorbreking van deze regel rechtvaardigen. Voor de periode vóór 24 februari 2010, toen de erkenning werd vernietigd, was geen sprake van dergelijke omstandigheden en werden de kosten door de moeder en wettige vader gedragen.
Na 24 februari 2010 erkende de man zijn onderhoudsplicht. De rechtbank berekende de draagkracht van partijen op basis van hun inkomen en lasten, waarbij ook studiekosten van de man werden meegenomen. De man was bereid vanaf 1 juli 2010 €150 per maand te betalen. De rechtbank achtte het redelijk de alimentatieverplichting per datum beschikking te laten ingaan en wees het verzoek tot een hogere bijdrage af.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De man is verplicht €150 per maand aan alimentatie te betalen voor het kind, ingaand per datum beschikking.