ECLI:NL:RBHAA:2010:BN0971
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.P. Stolp
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ernstige strafrechtelijke veroordeling werknemer
Werknemer, werkzaam als meewerkend voorman binnen het beveiligd gebied van luchthaven Schiphol, werd in 2005 aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij drugssmokkel. Na voorlopige hechtenis werd hij in 2006 op vrije voeten gesteld en verrichtte hij vervangende werkzaamheden buiten het beveiligd gebied. In 2006 en 2007 werd hij veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet, waarna hij cassatieberoep instelde. In 2010 bevestigde de Hoge Raad zijn veroordeling tot een gevangenisstraf van drie jaar en tien maanden.
Werkgever CSU verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst primair wegens een dringende reden en subsidiair wegens veranderde omstandigheden. Werknemer voerde aan dat geen dringende reden bestond omdat hij sinds 2005 ongestoord werkte en dat werkgever hem elders kon blijven inzetten. De kantonrechter oordeelde dat de onherroepelijke veroordeling en het misbruik van zijn functie een dringende reden vormen voor ontbinding. Werkgever handelde als goed werkgever door de strafprocedure af te wachten.
De kantonrechter wees het verzoek tot vergoeding af, omdat de verstoring van de arbeidsrelatie volledig aan werknemer te wijten is. Ondanks de persoonlijke omstandigheden van werknemer, waaronder gezin en financiële verplichtingen, weegt de dringende reden zwaarder. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 juli 2010, met ieder partij draagt eigen kosten.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 juli 2010 wegens dringende reden na onherroepelijke veroordeling werknemer voor drugssmokkel.