Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBHAA:2010:BN1692

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
15 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
F. 169777
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 3 lid 1 Verordening 1346/2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Faillissementsverklaring wegens toestand van opgehouden te betalen

Op 21 mei 2010 is een verzoekschrift ingediend tot faillietverklaring van verweerder wegens het niet voldoen van openstaande vorderingen van drie verzoekers. De vorderingen betreffen onbetaalde facturen voor geleverde drukwerkdiensten, met een totaalbedrag van ruim €116.000,- inclusief rente en incassokosten.

Verweerder betwist primair dat de vorderingen op hem privé betrekking hebben, aangezien deze zouden zijn overgedragen aan zijn besloten vennootschap Klock’s Media Groep B.V. Subsidiair betwist hij de toestand van opgehouden te betalen, onder verwijzing naar een gedeeltelijke betaling van €500,- aan elke verzoeker voorafgaand aan de zitting. Tevens stelt verweerder dat sprake is van misbruik van recht door verzoekers.

De rechtbank oordeelt dat de vorderingen van verzoeker sub 2 voldoende zijn komen vast te staan en dat verweerder zich in de toestand bevindt van opgehouden te betalen. De gedeeltelijke betalingen zijn onvoldoende om deze conclusie te weerleggen. De stelling van misbruik van recht wordt verworpen, omdat de overgelegde e-mail slechts uiting geeft aan zorgen over continuïteit van het magazine.

Op grond hiervan verklaart de rechtbank verweerder failliet, benoemt een rechter-commissaris en curator, en geeft aan de curator de bevoegdheid tot het openen van post gericht aan de gefailleerde.

Uitkomst: Verweerder wordt failliet verklaard wegens opgehouden te betalen.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector civiel recht
Rekestnummer: F. 169777
Uitspraak: 15 juni 2010
Op 21 mei 2010 is ingekomen het verzoekschrift, met bijlagen van:
1. Indrukwerk B.V., gevestigd te Edam-Volendam,
2. [Verzoeker 2], h.o.d.n. Mike Tekst & Beeld, wonende te Amsterdam,
3. [Verzoeker 3], h.o.d.n. Spelvaut Taal & Tekst Bureau, wonende te Amsterdam,
verzoekers,
advocaat mr. M. Spaa te Voorburg,
strekkende tot faillietverklaring van:
[Verweerder], h.o.d.n. Klock’s Media & Management,
wonende te 1448 MD Purmerend, Purmerland 13,
verweerder,
advocaat mr. P.P. Otte te Castricum;
1. De procedure
De rechtbank verwijst naar het proces-verbaal van verhoor, die als hier ingevoegd dient te worden beschouwd.
2. De beoordeling
Verzoekers stellen dat verweerder in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen omdat hij vorderingen van verzoekers uit hoofde van geleverde zaken (drukwerk) onbetaald laat. De vordering van verzoekster sub 1 bedraagt € 104.186,64 inclusief rente en buitengerechtelijke kosten. De vordering van verzoekster sub 2 bedraagt € 8.072,51 te vermeerderen met rente en buitengerechtelijke incassokosten. De vordering van verzoekster sub 3 bedraagt € 4.018,25 te vermeerderen met rente en buitengerechtelijke incassokosten.
Verweerder heeft de vorderingen van verzoekers sub 1 en sub 2 primair betwist op de grond dat de vorderingen niet op verweerder in privé betrekking hebben maar op zijn besloten vennootschap Klock’s Media Groep B.V. Hij verwijst hiervoor naar een schrijven d.d. 30 september 2009 waarin verweerder verzoekers informeert dat Klock’s Media & Management haar activiteiten met ingang van 1 oktober 2009 heeft ondergebracht in de Klock’s Media Groep B.V. en dat eerdere opdrachten verstrekt door Klock’s Media & Management beschouwd dienen te worden als overgedragen aan Klock’s Media Groep B.V.
Verzoekers hebben daar tegen aangevoerd dat zij, nog daargelaten of de brief van 30 september 2009 hen heeft bereikt, niet hebben ingestemd met de overdracht van de vorderingen aan de besloten vennootschap. Ter zitting heeft de advocaat van verzoekers niet aannemelijk kunnen maken dat de vordering van verzoeker sub 1 dateert van vóór 1 oktober 2009, zodat niet is komen vast te staan dat verzoeker sub 1 deze vordering op verweerder heeft. Ter zitting heeft de advocaat van verzoekers wel aangetoond dat de facturen van verzoeker sub 2, op één factuur na, dateren van voor 1 oktober 2009.
De rechtbank oordeelt dat de vordering van verzoeker sub 2 op verweerder hiermee genoegzaam is komen vast te staan. Verweerder heeft de vordering van verzoeker sub 3 erkend.
Subsidiair heeft verweerder betwist dat hij is opgehouden te betalen. Hij heeft daartoe aangevoerd dat hij voorafgaand aan de behandeling van het verzoekschrift aan ieder der verzoekers nog een bedrag heeft betaald ad € 500,-- ter delging van de vorderingen van verzoekers, hetgeen door verzoekers ter zitting niet is weersproken. Verweerder heeft voorts nog aangevoerd dat er sprake is van misbruik van recht omdat verzoekers er alleen op uit zijn om zelf het Campinglife Magazine uit te gaan geven. De rechtbank verwerpt de stelling dat er sprake is van misbruik van recht daar uit een overgelegde email slechts blijkt dat verzoekers zich zorgen maken over de continuïteit van het Campinglife Magazine gelet op de financiële situatie van verweerder.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank genoegzaam gebleken, dat verweerder verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen. Het enkele feit dat verweerder aan ieder van verzoekers nog € 500,-- heeft betaald maakt dit, gelet op de hoogte van de vorderingen en de periode dat deze onbetaald zijn, niet anders. Het verzoek dient daarom te worden toegewezen.
Gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Pro Verordening 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie, is de rechtbank bevoegd deze hoofdprocedure te openen, aangezien het centrum van de voornaamste belangen van verweerder in Nederland ligt.
3. De beslissing
De rechtbank,
- verklaart [verweerder] voornoemd in staat van faillissement;
- benoemt tot rechter-commissaris het lid van deze rechtbank mr. A.J. Wolfs;
- stelt aan tot curator mr. R.J. Frans, advocaat te Zaandam;
- geeft aan de curator last tot het openen van de aan de gefailleerde gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 juni 2010 te 11.05 uur, in tegenwoordigheid van de griffier.