ECLI:NL:RBHAA:2010:BN3534
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.J. Udo de Haes
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot aanvullende verantwoording en oordeel over rol kantongerecht na einde meerderjarigenbewind
Na het overlijden van de rechthebbende is het meerderjarigenbewind beëindigd en heeft de kantonrechter de door de bewindvoerder ingediende eindrekening en verantwoording goedgekeurd. De erfgename stelde vervolgens 27 vragen aan de bewindvoerder over het gevoerde bewind en verzocht de kantonrechter om de bewindvoerder te verplichten deze onbeantwoorde vragen alsnog te beantwoorden en een oordeel te geven over de rol van het kantongerecht.
De kantonrechter overweegt dat de bewindvoerder reeds uitgebreid schriftelijk en mondeling heeft gereageerd en dat niet in redelijkheid kan worden verlangd dat nog meer verantwoording wordt afgelegd. Daarnaast kan de bewindvoerder niet worden aangesproken over de periode na het einde van het bewind en is het verzoek om de mentor ter verantwoording te roepen niet gegrond. Ook kan de rol van het kantongerecht in deze procedure niet worden beoordeeld.
De kantonrechter wijst de verzoeken af en bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt. De beslissing is genomen in het kader van een redelijkheidstoets op het gevoerde beheer en laat de mogelijkheid tot hoger beroep open.
Uitkomst: De kantonrechter wijst het verzoek tot aanvullende verantwoording en oordeel over de rol van het kantongerecht af en bepaalt dat iedere partij haar eigen kosten draagt.