ECLI:NL:RBHAA:2010:BN4371
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van verzet tegen dwangbevel na inwerkingtreding vierde tranche Awb
De rechtbank Haarlem behandelde een zaak waarin belanghebbende verzet aantekende tegen een dwangbevel van het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer. Het dwangbevel was uitgevaardigd op 9 juni 2010 vanwege een schuld van € 8.140,37.
De rechtbank overwoog dat verweerder ten onrechte had aangegeven dat verzet mogelijk was tegen het dwangbevel. Met de inwerkingtreding van de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op 1 juli 2009 is de verzetprocedure tegen dwangbevelen afgeschaft. De betalingplicht van belanghebbende was ontstaan na deze datum, waardoor het nieuwe recht van toepassing was.
Volgens artikel 8:4 Awb Pro kan geen beroep of bezwaar worden ingediend tegen een dwangbevel. De wetgever heeft ervoor gekozen de verzetprocedure te laten opgaan in het executiegeschil bij de civiele rechter, geregeld in artikel 438 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Dit executiegeschil kan zonder vaste termijn worden gestart en is de juiste weg voor bezwaar tegen een dwangbevel.
De rechtbank verklaarde het ingediende verzet daarom niet-ontvankelijk en wees tevens op het ontbreken van een rechtsmiddel tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat verzet niet meer mogelijk is na de vierde tranche Awb.