ECLI:NL:RBHAA:2010:BN5470
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.M. Visser
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering achterstallig salaris bij uitzendovereenkomst fase A
Partijen sloten een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van 6 mei 2008 tot 5 mei 2009, waarbij eiser als uitzendkracht werkzaam was in fase A. Eiser werkte van 6 mei tot 25 juli 2008 daadwerkelijk voor gedaagde, waarna geen uitzendarbeid meer werd verricht. Desondanks betaalde gedaagde het salaris door tot 14 november 2008 en liet eiser de leaseauto behouden.
Gedaagde stelde de salarisbetaling stop op grond van artikel 9 lid 1 van Pro de toepasselijke CAO, een uitzondering op de hoofdregel van artikel 7.628 lid 1 BW. Eiser vorderde betaling van achterstallig salaris tot het einde van de overeenkomst, inclusief vakantiebijslag en kosten.
De kantonrechter oordeelde dat eiser zich op 25 juli 2008 nog in fase A bevond en sindsdien geen recht meer had op doorbetaling, omdat geen uitzendarbeid meer werd verricht en er geen schriftelijke afwijking was overeengekomen. Het beroep op redelijkheid en billijkheid faalde, omdat het doorbetalen en het ter beschikking stellen van de leaseauto een onverplichte verzachting was zonder rechtelijke verwerking.
De vordering werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitgesproken op 2 september 2010 door kantonrechter F.M. Visser.
Uitkomst: De vordering tot doorbetaling van salaris na beëindiging van de uitzendarbeid in fase A wordt afgewezen.