ECLI:NL:RBHAA:2010:BN5484

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
9 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
zaak/rolnr.: 464571 / CV EXPL 10-3381
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • F.M. Visser
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:441 BWArt. 1:439 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling door onderbewindgestelde ondanks niet-oproepen bewindvoerder

UPC Nederland B.V. heeft een vordering ingesteld tegen een onderbewindgestelde partij voor een bedrag van €549,97. Aanvankelijk werd de onderbewindgestelde in persoon gedagvaard, zonder kennis van de bewindvoering. Nadat de rechtbank had vastgesteld dat de gedaagde onder bewind stond, werd UPC in de gelegenheid gesteld om de bewindvoerder alsnog in het geding op te roepen.

UPC heeft deze mogelijkheid niet benut, maar de bewindvoerder verscheen op eigen initiatief in het geding en heeft geantwoord op de vordering. De kantonrechter oordeelde dat de wet vereist dat de bewindvoerder als formele procespartij betrokken moet worden, maar dat het niet-oproepen door UPC niet tot niet-ontvankelijkheid leidt omdat de bewindvoerder alsnog aanwezig was.

De vordering werd inhoudelijk onvoldoende weersproken en daarom toegewezen. Het feit dat de gedaagde was aangemeld voor schuldhulpverlening deed hieraan niet af. De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag met wettelijke rente en de proceskosten, waarbij het vonnis uitvoerbaar bij voorraad werd verklaard.

Uitkomst: De onderbewindgestelde wordt veroordeeld tot betaling van €549,97 met rente en proceskosten, ondanks het niet-oproepen van de bewindvoerder door UPC.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector kanton
Locatie Zaandam
zaak/rolnr.: 464571 / CV EXPL 10-3381
datum uitspraak: 9 september 2010
VONNIS VAN DE KANTONRECHTER
inzake
UPC Nederland B.V.
te Amsterdam
eisende partij
hierna te noemen UPC
gemachtigde deurwaarder F.J.M. van der Meer
tegen
[gedaagde]
te [woonplaats]
gedaagde partij
hierna te noemen [gedaagde]
vertegenwoordigd door zijn bewindvoerder
[bewindvoerder] te [woonplaats]
De procedure
UPC heeft op gronden zoals in de dagvaarding vermeld een vordering ingesteld tegen [gedaagde].
Hierop is [gedaagde] verschenen.
Omdat vervolgens bleek dat [gedaagde] bij beschikking van 8 maart 2010 van deze rechtbank, sector en locatie, onder bewind was gesteld, is UPC bij rolbeschikking van 20 mei 2010 in de gelegenheid gesteld om de bewindvoerder (alsnog) in het geding op te roepen.
Hoewel UPC daaraan geen gevolg heeft gegeven is de bewindvoerder op eigen initiatief in het geding verschenen en is geantwoord op de vordering.
Tenslotte is de uitspraak op vandaag bepaald.
De vordering
UPC vordert dat de kantonrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] zal veroordelen aan UPC te betalen de somma van € 549,97 met (verdere) rente en kosten.
De beoordeling van het geschil
Procedureel.
UPC heeft ten onrechte nagelaten de bewindvoerder in het geding op te roepen, nadat zij daartoe in de gelegenheid was gesteld.
Voorop gesteld moet worden dat de wet ervan uitgaat dat de bewindvoerder als formele procespartij in het geding moet worden betrokken. Weliswaar kan UPC, die onbetwist geen kennis droeg van de bewindvoering, niet worden verweten dat zij aanvankelijk [gedaagde] in persoon heeft gedagvaard, maar dat neemt niet weg dat zij gehouden was om de bewindvoerder in het geding op te roepen, nadat de noodzaak daartoe was gebleken.
Omdat de bewindvoerder op de daartoe aangewezen dag alsnog op eigen initiatief in het geding is verschenen, is UPC echter toch ontvankelijk te achten in haar vordering.
Inhoudelijk.
De vordering is niet, althans onvoldoende weersproken en moet daarom worden toegewezen.
Dat [gedaagde] inmiddels is ‘aangemeld’ voor schuldhulpverlening kan daaraan niet afdoen.
Omtrent de proceskosten moet worden beslist zoals hierna bepaald.
Beslissing
[gedaagde] wordt veroordeeld om aan UPC te betalen de somma van € 549,97 met de wettelijke rente over € 424,70 vanaf de dag dat gedagvaard is tot de dag dat alles betaald is.
[gedaagde] wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure, deze voor zover gerezen aan de zijde van UPC tot op heden begroot op € 338,89, waarvan € 100,-- wegens salaris van de gemachtigde.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar verklaard bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.M.Visser, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 september 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.