ECLI:NL:RBHAA:2010:BN5484
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.M. Visser
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling door onderbewindgestelde ondanks niet-oproepen bewindvoerder
UPC Nederland B.V. heeft een vordering ingesteld tegen een onderbewindgestelde partij voor een bedrag van €549,97. Aanvankelijk werd de onderbewindgestelde in persoon gedagvaard, zonder kennis van de bewindvoering. Nadat de rechtbank had vastgesteld dat de gedaagde onder bewind stond, werd UPC in de gelegenheid gesteld om de bewindvoerder alsnog in het geding op te roepen.
UPC heeft deze mogelijkheid niet benut, maar de bewindvoerder verscheen op eigen initiatief in het geding en heeft geantwoord op de vordering. De kantonrechter oordeelde dat de wet vereist dat de bewindvoerder als formele procespartij betrokken moet worden, maar dat het niet-oproepen door UPC niet tot niet-ontvankelijkheid leidt omdat de bewindvoerder alsnog aanwezig was.
De vordering werd inhoudelijk onvoldoende weersproken en daarom toegewezen. Het feit dat de gedaagde was aangemeld voor schuldhulpverlening deed hieraan niet af. De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag met wettelijke rente en de proceskosten, waarbij het vonnis uitvoerbaar bij voorraad werd verklaard.
Uitkomst: De onderbewindgestelde wordt veroordeeld tot betaling van €549,97 met rente en proceskosten, ondanks het niet-oproepen van de bewindvoerder door UPC.