ECLI:NL:RBHAA:2010:BN5507
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot beëindiging strafzaak wegens onvoorwaardelijk sepot
Verzoeker werd verdacht van het slaan van een beveiligingsmedewerker tijdens een evenement op 12 september 2009. Het openbaar ministerie heeft echter onvoldoende bewijs gevonden en heeft op 20 mei 2010 schriftelijk aan de raadsman meegedeeld dat de zaak onvoorwaardelijk is geseponeerd.
Verzoeker diende daarop een verzoek in op grond van artikel 36 Wetboek Pro van Strafvordering om de strafzaak formeel te beëindigen, met als doel duidelijkheid te verkrijgen over de status van de vervolging. De rechtbank heeft dit verzoek op 29 juli 2010 behandeld in raadkamer.
De rechtbank overwoog dat het belang van de verdachte bij een verzoek tot beëindiging van de strafzaak voorop staat om onzekerheid te voorkomen. Omdat het openbaar ministerie reeds onvoorwaardelijk heeft geseponeerd en verzoeker hiervan schriftelijk op de hoogte is gesteld, bestaat er geen onzekerheid meer.
De rechtbank concludeerde dat verzoeker daardoor geen belang meer heeft bij de behandeling van zijn verzoek en verklaarde hem daarom niet-ontvankelijk. Tevens wees de rechtbank op het wettelijke systeem waarbij een beschikking tot beëindiging van de zaak het beklag en de hoormogelijkheden regelt, waardoor het verzoek niet kan worden gebruikt om deze rechten te omzeilen.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang omdat de strafzaak onvoorwaardelijk is geseponeerd.