ECLI:NL:RBHAA:2010:BN5542
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.E. Patijn
- W.A.F. Jansen
- K.G. Witteman
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit cocaïnehandel
Veroordeelde is bij vonnis van de rechtbank Haarlem veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met artikel 2, onder B, van de Opiumwet door het verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van cocaïne in de periode van 5 oktober 2009 tot en met 27 april 2010.
De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, gebaseerd op getuigenverklaringen van afnemers, verkeersgegevens van een handelstelefoon en observaties. De berekening van het voordeel ging uit van een winstmarge van 50% over een geschatte omzet van 2,3 gram cocaïne per dag gedurende 16 maanden.
De verdediging betwistte de hoogte van het voordeel en de verdeelsleutel, stellende dat kosten niet waren meegenomen en dat de rol van veroordeelde minder was dan die van anderen. De rechtbank oordeelde dat de uitgangspunten van de officier van justitie niet voldoende waren weersproken en schatte het voordeel op €7.360, waarbij rekening werd gehouden met een derde aandeel voor veroordeelde.
De rechtbank legde veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht €7.360 aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.