ECLI:NL:RBHAA:2010:BN5554

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
22 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
164942-2009-4366
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • R.A. Otter
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:204 BWArt. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid erkenning kind door gehuwde man wegens huwelijk met moeder

De rechtbank Haarlem behandelde een verzoek van de officier van justitie tot doorhaling van de akte van erkenning van een kind geboren in 1999, erkend door een man die ten tijde van de erkenning gehuwd was met de moeder van het kind. De erkenning werd betwist omdat het huwelijk van de man met de moeder niet was geregistreerd, maar later alsnog in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) werd opgenomen.

De moeder en de erkenner voerden aan dat zij een langdurige affectieve relatie hadden, samenwoonden en dat de erkenning nietig zou zijn op grond van artikel 1:204 lid 1 onder Pro e BW, tenzij er sprake is van een band gelijk aan een huwelijk of een nauwe persoonlijke betrekking tussen vader en kind. Zij verzochten de rechtbank de erkenning in stand te laten en een verklaring voor recht af te geven.

De rechtbank oordeelde dat de erkenning nietig is omdat de man ten tijde van de erkenning gehuwd was met de moeder, en dat de rechter voorafgaand aan erkenning moet vaststellen of de gehuwde man tot erkenning kan worden toegelaten. De uitzonderingen op de hoofdregel konden niet worden toegepast in deze situatie. Wel werd overwogen dat na de echtscheiding de man het kind kan erkennen en dat de procedures zo kunnen worden ingericht dat het belang van het kind niet wordt geschaad.

De rechtbank verklaarde de akte van erkenning nietig en gelastte de doorhaling van de latere vermelding bij de geboorteakte. Tevens werd bepaald dat na drie maanden, indien geen hoger beroep wordt ingesteld, een afschrift van de beschikking aan de ambtenaar van de burgerlijke stand wordt gezonden.

Uitkomst: De erkenning van het kind door de gehuwde man wordt nietig verklaard en de akte van erkenning wordt doorgehaald.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector civiel
familie- en jeugdrecht
Doorhaling/wijziging akte burgerlijke stand
wijziging geboorteakte
zaak-/rekestnr.: 164942/2009-4366
beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 22 juni 2010
op verzoek van:
De officier van justitie in het arrondissement Haarlem,
strekkende tot doorhaling en wijziging van akte van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] betreffende:
- [naam kind] (hierna te noemen: het kind), geboren op [datum] 1999 te [plaats]
1 Verloop van de procedure
1.1 Voor het verloop van de procedure verwijst de rechtbank naar de volgende stukken:
- het op 21 december 2009 ontvangen verzoekschrift met bijlagen van de officier van justitie.
- het ter zitting overgelegde verweerschrift van mr. S.S.H. Orsel.
1.2 De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 12 april 2010 in aanwezigheid van:
- de belanghebbenden mevrouw [naam moeder] (de moeder) en de heer [naam erkenner] (de erkenner), bijgestaan door mr. S.S.H. Orsel,
- mevrouw S. Bozkurt, ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats];
2 De vaststaande feiten
2.1 Op [datum] 1999 is in de gemeente [plaats] het kind met toestemming van [naam moeder]door [naam erkenner]. Het kind heeft automatisch de geslachtsnaam van de erkenner gekregen, te weten [naam]. Uit informatie verkregen van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] blijkt uit een ontvangen document dat de erkenner op [datum] 1998 te [plaats], Kaapverdië met mevrouw [naam] is gehuwd. De erkenner heeft de documenten nimmer aangeboden om het huwelijk te registreren.
2.2 Na een bezwaarprocedure bij de gemeente heeft de ambtenaar besloten het voornoemde huwelijk op te nemen in de GBA omdat de gelegaliseerde huwelijksakte als echt is aangemerkt. Op 12 november 2009 heeft de ambtenaar van de burgerlijke stand de officier van justitie verzocht om de doorhaling van de latere vermelding van de geboorteakte van het kind. Het betreft de latere vermelding betreffende erkenning. De erkenning is ingevolge art 1:204 lid 1 onder Pro 3 BW nietig, omdat de erkenning ten tijde van de erkenning gehuwd is met een ander dat de moeder van het kind.
3 Het verzoek
Het verzoek
3.1 Het verzoek van de officier van justitie strekt tot doorhaling van de akte van erkenning (latere vermelding betreffende erkenning, opgemaakt op [datum] 1999) behorende bij aktenummer [nummer], voorkomende in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] over het jaar 1999 betreffende:
- [naam kind], geboren op [datum] 1999 te [plaats]
tevens wordt de verbetering van de bedoelde akte gelast, in die zin dat daarin de (KIND)gegevens worden gewijzigd in:
Geslachtsnaam Kind: [naam moeder];
Behandeling van het verzoek ter zitting
3.2 Mr. Orsel heeft namens de moeder en de erkenner ter zitting een verweerschrift overgelegd. Aangegeven wordt dat zij het niet eens zijn met hetgeen door de officier van justitie is verzocht. De moeder en de erkenner hebben al jarenlang een affectieve relatie met elkaar, wonen ook al jaren samen en voeren een gemeenschappelijke huishouding. Uit hun relatie is nog een ander kind geboren dat inmiddels zestien jaar is. De erkenner brengt naar voren dat achteraf is gebleken dat hij kennelijk in Kaapverdië is gehuwd. Hij heeft nimmer het besef gehad dat hij was gehuwd. De erkenner is een procedure tot echtscheiding gestart en op 6 april 2010 is het verzoek door deze rechtbank toegewezen. Voornoemde beschikking dient per openbaar exploit betekend te worden. Belanghebbenden beroepen zich op de uitzonderingen vermeld op de hoofdregel van artikel 1:204 onder Pro e BW Deze uitzondering houdt in dat als er sprake is van een band tussen de man en de vrouw die in voldoende mate gelijk te stellen valt als ware een huwelijk dat er dan geen sprake is van een nietige erkenning. Hetzelfde geldt als er sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen het kind en de vader.
Belanghebbenden hebben aangegeven dat zij reeds een jarenlange relatie met elkaar hebben en zijn voornemens in het huwelijk te treden. Ten tijde van de geboorte van [naam kind] hadden zij een bestendige relatie die gelijk te stellen valt met een huwelijk. Belanghebbenden geven aan dat het belang van [naam kind] op het bestaan van een juridische afstammingsband met de biologische vader voorop staat. Zij verzoeken de rechtbank dan ook de erkenning van [naam kind] door de man in stand te laten een verklaring voor recht af te geven die de akte van erkenning rechtsgeldig maakt. Voor belanghebbenden is het van belang dat [naam kind] haar achternaam niet kwijtraakt.
3.3 De ambtenaar van de burgerlijke stand heeft ter zitting verklaard dat zij geen twijfels heeft over de band die de man heeft met [naam kind], echter artikel 1:204 lid 1 BW Pro bepaalt dat een erkenning nietig is indien deze door een op het tijdstip van erkenning met een andere vrouw gehuwde man. De ambtenaar geeft voorts aan dat de uitzondering in voornoemd artikel aangeeft dat de gemeente vooraf gaat kijken hoe de juridische situatie is bij het opmaken van de akte erkenning. De ambtenaar stelt zich op het standpunt dat het niet mogelijk is om achteraf een verklaring voor recht op te stellen waardoor de akte erkenning in stand blijft en de nietigheid opgeheven wordt. Na opname van de huwelijksakte van de man met mevrouw [naam] in het GBA opgenomen, schrijft de wet voor dat de registers van de burgerlijke stand aangepast dienen te worden. De ambtenaar heeft ter zitting aangegeven dat zij de procedure zo kan instellen dat vernietiging van de erkenning en de daaropvolgende erkenning door de (dan ongehuwde man) naadloos op elkaar kan laten aansluiten.
4 Beoordeling
4.1 De rechtbank oordeelt dat onder omstandigheden een gehuwde man zijn buiten huwelijk verwekte kind(eren) kan erkennen. In dat geval moet sprake zijn of geweest zijn van een band tussen de man en de moeder die met het huwelijk op één lijn valt te stellen of er moet tussen de biologische vader en zijn kind(eren) een nauwe persoonlijke betrekking bestaan. Het is aan de rechter de aannemelijkheid van deze betrekking vast te stellen en aldus te verklaren voor recht. Reeds uit de strekking en bewoording van onderdeel e van artikel 1:204 BW Pro moet worden afgeleid dat de rechter vóór de erkenning van het kind moet hebben vastgesteld dat de gehuwde man kan worden toegelaten tot erkenning. Reeds hierom zal het verzoek worden afgewezen.
4.2 Ook toetsing door de rechtbank aan met name het Verdrag van de rechten van het Kind en artikel 8 van Pro het EVRM kan dit oordeel niet anders maken. In dat verband overweegt de rechtbank dat na betekening van de echtscheidingsbeschikking per openbaar exploit voor de man geen juridisch beletsel meer zal bestaan om het kind onmiddellijk na het in kracht van gewijsde gaan van deze beslissing te erkennen. Ter zitting heeft de moeder verklaard dat zij de man daartoe toestemming zal verlenen. Het kind zal zo niet verstoken zijn van de familierechtelijke betrekking met de man. Belanghebbenden kunnen alsdan op beider verzoek om aantekening in het gezagsregister verzoeken en zo belast worden met het gezamenlijk gezag, en gezamenlijk verklaren welke geslachtsnaam het kind zal dragen. De rechtbank betrekt daarbij het aanbod van de ambtenaar van de burgerlijke stand dat zij de verschillende procedures zo kan inrichten dat deze naadloos op elkaar aansluiten. Onder deze omstandigheden is geen sprake van enige schending van de belangen van het minderjarige kind.
5 Beslissing
De rechtbank:
5.1 Verklaart nietig de akte van erkenning opgemaakt in de gemeente [plaats] op [datum] 1999, aktenummer [nummer] en gelast de doorhaling van de latere vermelding van deze erkenning bij geboorteakte nummer [nummer] van het jaar 1999, voorkomende in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats], betreffende [naam kind], geboren op [datum] 1999 te [plaats].
5.2 Gelast verbetering van akte nummer [nummer] voorkomende in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] over het jaar 1999, betreffende in die zin dat de volgende gegevens worden gewijzigd en komen te luiden als volgt:
KIND
geslachtsnaam: [naam moeder]
5.3 Draagt de griffier op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking -en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld- een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats].
Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Otter en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 22 juni 2010, in tegenwoordigheid van J.B. Stevens als griffier.