ECLI:NL:RBHAA:2010:BN5554
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.A. Otter
- Rechtspraak.nl
Nietigheid erkenning kind door gehuwde man wegens huwelijk met moeder
De rechtbank Haarlem behandelde een verzoek van de officier van justitie tot doorhaling van de akte van erkenning van een kind geboren in 1999, erkend door een man die ten tijde van de erkenning gehuwd was met de moeder van het kind. De erkenning werd betwist omdat het huwelijk van de man met de moeder niet was geregistreerd, maar later alsnog in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) werd opgenomen.
De moeder en de erkenner voerden aan dat zij een langdurige affectieve relatie hadden, samenwoonden en dat de erkenning nietig zou zijn op grond van artikel 1:204 lid 1 onder Pro e BW, tenzij er sprake is van een band gelijk aan een huwelijk of een nauwe persoonlijke betrekking tussen vader en kind. Zij verzochten de rechtbank de erkenning in stand te laten en een verklaring voor recht af te geven.
De rechtbank oordeelde dat de erkenning nietig is omdat de man ten tijde van de erkenning gehuwd was met de moeder, en dat de rechter voorafgaand aan erkenning moet vaststellen of de gehuwde man tot erkenning kan worden toegelaten. De uitzonderingen op de hoofdregel konden niet worden toegepast in deze situatie. Wel werd overwogen dat na de echtscheiding de man het kind kan erkennen en dat de procedures zo kunnen worden ingericht dat het belang van het kind niet wordt geschaad.
De rechtbank verklaarde de akte van erkenning nietig en gelastte de doorhaling van de latere vermelding bij de geboorteakte. Tevens werd bepaald dat na drie maanden, indien geen hoger beroep wordt ingesteld, een afschrift van de beschikking aan de ambtenaar van de burgerlijke stand wordt gezonden.
Uitkomst: De erkenning van het kind door de gehuwde man wordt nietig verklaard en de akte van erkenning wordt doorgehaald.