ECLI:NL:RBHAA:2010:BN6808
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen directe sluiting pand wegens verstrekking softdrugs
Verweerder, de burgemeester van Zaanstad, besloot op 17 juni 2010 tot directe sluiting van een pand vanwege het verstrekken van softdrugs, wat in strijd is met artikel 3 van Pro de Opiumwet. Verzoekster, een stichting, maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening, stellende dat geen overtreding had plaatsgevonden en dat de softdrugs niet werden verkocht maar beheerd.
Tijdens de controle werd vastgesteld dat softdrugs tegen betaling werden verstrekt en dat een handelsvoorraad aanwezig was. De voorzieningenrechter achtte de verklaring van verzoekster ongeloofwaardig en oordeelde dat ook bij aanname van haar verklaring sprake was van een overtreding van de Opiumwet. Daarnaast werd overwogen dat de burgemeester bevoegd was tot directe sluiting zonder begunstigingstermijn vanwege de ernst van de overtreding en de gezondheidsschade door drugsgebruik.
Het betreden van het pand zonder schriftelijke machtiging werd niet als onrechtmatig beoordeeld omdat het grondrecht op onschendbaarheid van de woning alleen aan bewoners toekomt, en verzoekster geen bewoner was. De voorzieningenrechter vond dat het besluit tot sluiting redelijk was en dat de sluiting voor onbepaalde tijd alleen betrekking had op de illegale activiteiten. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de directe en onbepaalde sluiting van het pand wegens verstrekking van softdrugs wordt afgewezen.