De feiten
1. [eiseres] drijft een onderneming die zich blijkens een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel van 17 december 2009 bezighoudt met ‘De handel in alsmede import, export en fabricage van hard- en software en supplies; het verlenen van adviezen en diensten op het gebied van de automatisering’.
2. Stichting Bedrijfstakpensioenfonds is een door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds voor de detailhandel in de zin van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (hierna: Wet Bpf).
3. De werkgever voor wiens werknemers deelneming in Stichting Bedrijfstak-pensioenfonds verplicht is gesteld, is gehouden tot betaling van de voor zijn werknemers uit hoofde van hun verplichte deelneming aan een pensioenfonds verschuldigde premies.
4. De Verplichtstelling van de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Detailhandel van januari 2009 (hierna: de Verplichtstelling) definieert detailhandel onder meer als “het bedrijf van het kopen en aan particulieren verkopen van waren”, waarbij onder “het aan particulieren verkopen van waren” mede wordt verstaan “het daarmede gepaard gaande verkopen van waren aan instellingen en personen, die deze in een door hen gedreven onderneming aanwenden, tenzij dit geschiedt in verband met het verkopen aan wederverkopers”.
5. Ingevolge de Verplichtstelling is deelneming in Stichting Bedrijfstakpensioenfonds niet verplicht voor werknemers die “anders dan in de detailhandel werkzaam zijn bij een werkgever, in wiens onderneming de detailhandel in loonbedrag en aantal arbeidsdagen overtroffen wordt door het loonbedrag en aantal arbeidsdagen in verband met andere in die onderneming plaatsvindende bedrijvigheid”.
6. Op 14 september 2009 heeft Stichting Bedrijfstakpensioenfonds een dwangbevel tegen [eiseres] uitgevaardigd tot afdracht van € 13.357,18 ter zake van achterstallige pensioenpremies over 2007, 2008 en 2009, inclusief verhoging. Op 3 november 2009 heeft Stichting Bedrijfstakpensioenfonds dit dwangbevel aan [eiseres] betekend.
7. Op 11 november 2009 heeft [eiseres] in een brief gericht aan ‘Interpolis relan pensioenen relan’ aan onder meer het volgende geschreven:
“Wij zijn een groothandel en geen detailhandel vanaf eind 2007 hebben wij ons contract al opgezet. [...] Kunt u ons alsnog uitschrijven met terug werkende kracht.”
8. Bij brief van 5 februari 2010 heeft Werkgeversadministratie Interpolis Pensioenbeheer B.V., namens Stichting Bedrijfstakpensioenfonds aan [eiseres] medegedeeld de registratie van [eiseres] te hebben beëindigd per 31 december 2008. [Interpolis] heeft voorts, voor zover van belang, nog het volgende opgemerkt:
“Binnenkort ontvangt u de correctiefactuur over het jaar 2009 en de nihil eindafrekening over het jaar 2010.”
9. Op 5 maart 2010 heeft Stichting Bedrijfstakpensioenfonds [eiseres] een correctiefactuur ten bedrage van € 10.296,82 toegezonden ter zake van over het tijdvak 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 door Stichting Bedrijfstakpensioenfonds en het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Elektrotechnische detailhandel aan [eiseres] in rekening gebrachte premies, inclusief rente.
10. Eind november 2009 heeft [eiseres] telefonisch contact opgenomen met de gemachtigde van Stichting Bedrijfstakpensioenfonds. Bij brief van 30 november 2009 heeft [eiseres] onder meer het volgende aan de gemachtigde van Stichting Bedrijfstakpensioenfonds geschreven:
“Wij hebben in 2007 relan al opgezegd omdat wij een groothandel zijn en geen detailhandel. [...] U heeft aangegeven dat u interpolis gaat bellen en dat u er op terug komt ook gaat het beslag van 1-12-2009 niet door”