ECLI:NL:RBHAA:2010:BN8727
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging tot moord op Cor van Hout en gezinsleden
Op 27 maart 1996 vond een aanslag plaats op Cor van Hout, zijn vriendin en hun driejarige zoontje in Amsterdam. Verdachte werd beschuldigd van drievoudige poging tot moord, waarbij hij volgens het Openbaar Ministerie met een vuurwapen op het gezin zou hebben geschoten. Het bewijs bestond uit camerabeelden van straat- en kentekencamera's, getuigenverklaringen en observaties uit het strafdossier.
De rechtbank stelde vast dat verdachte op de beelden van de kentekencamera om 10.47 en 11.44 uur duidelijk herkenbaar was en aanwezig op de plaats van de aanslag. Drie getuigen die verdachte goed kennen, bevestigden deze herkenning. Echter waren de beelden van de daadwerkelijke schutter om 12.05 uur vaag en onduidelijk, waardoor niet met zekerheid kon worden vastgesteld dat verdachte de schutter was.
De verdediging voerde ook aan dat het Openbaar Ministerie onrechtmatig gebruik had gemaakt van opgenomen telefoongesprekken tussen een journalist en een gedetineerde, maar de rechtbank verwierp dit beroep en verklaarde het OM ontvankelijk. Gezien het ontbreken van direct bewijs en de onduidelijkheid van de beelden sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten en hechtte het bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij de schutter was bij de aanslag op Cor van Hout en zijn gezin.