ECLI:NL:RBHAA:2010:BN9919
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- A.J. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling koopprijs en overdracht onroerende zaak na niet-nakoming koopovereenkomst
In deze zaak vorderen eisers, verkopers van een onroerende zaak, in kort geding dat de koper, VMA, wordt veroordeeld tot het afnemen van het aangekochte en betaling van de koopprijs. Eerder had de bodemrechter VMA reeds veroordeeld tot afname van het aangekochte, maar de dwangsom op deze veroordeling werd afgewezen. Omdat VMA niet aan het vonnis voldoet, vorderen eisers primair alsnog een dwangsom en subsidiair betaling van de koopprijs met medewerking aan overdracht.
De voorzieningenrechter overweegt dat het vonnis van de bodemrechter in beginsel moet worden gevolgd, tenzij sprake is van een duidelijke misslag, wat hier niet het geval is. Een dwangsom kan niet worden opgelegd omdat de veroordeling feitelijk neerkomt op betaling van een geldsom, die het overwegende deel van de veroordeling uitmaakt. De primaire vordering wordt daarom afgewezen.
De subsidiaire vordering tot betaling van de koopprijs wordt toegewezen omdat het eerdere vonnis niet uitvoerbaar is en eisers belang hebben bij een executeerbare titel. VMA voert aan dat zij niet kan nakomen wegens financiële problemen, maar dit is niet aannemelijk gemaakt. De voorzieningenrechter veroordeelt VMA tot betaling van € 1.050.000 binnen tien dagen, met de verplichting van eisers tot medewerking aan overdracht, en legt aan de notaris op het bedrag pas aan eisers uit te keren na levering aan VMA.
VMA wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: VMA wordt veroordeeld tot betaling van de koopprijs binnen tien dagen met medewerking aan overdracht, en in proceskosten.