ECLI:NL:RBHAA:2010:BO0327

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
7 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
zaak/rolnr.: 451095 CV EXPL 10-254
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • F.M. Visser
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag na niet verschijnen eiser

Eiser heeft een vordering ingesteld tegen Accounting Plaza c.s. wegens kennelijk onredelijk ontslag en vordert diverse verklaringen voor recht en schadevergoeding. De zaak kende een slepende procedure met meerdere uitstel van comparitie. De laatste gemachtigde van eiser trok zich een dag voor de zitting terug en meldde ziekte van eiser, waarna Accounting Plaza c.s. zich tegen verder uitstel verzette. De kantonrechter besloot de zitting door te laten gaan ondanks het ontbreken van eiser.

Eiser verscheen niet op de zitting en gaf geen nadere uitleg over zijn afwezigheid. De kantonrechter nam aan dat de gewezen gemachtigde eiser tijdig had geïnformeerd over het verzet tegen uitstel. De kantonrechter oordeelde dat verder uitstel in strijd was met een behoorlijke procesorde en dat eiser het risico van zijn afwezigheid draagt.

Inhoudelijk ging het geschil over de vraag of eiser rechtsgeldig in dienst was bij Accounting Plaza BV of bij Ahold NV/Albert Heijn BV, met gevolgen voor de aanspraak op schadevergoeding en suppletie-uitkeringen. Accounting Plaza c.s. voerde gemotiveerd verweer en onderbouwde dat eiser wel degelijk in dienst was van Accounting Plaza BV en geen recht had op de gevorderde suppletiebetalingen.

Door niet te verschijnen heeft eiser zich de mogelijkheid ontnomen om op het verweer te reageren, waardoor zijn vordering onvoldoende gemotiveerd bleef. De kantonrechter wees de vordering af en veroordeelde eiser in de proceskosten.

Uitkomst: Vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen wegens niet verschijnen en onvoldoende gemotiveerd verweer.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector kanton
Locatie Zaandam
zaak/rolnr.: 451095 CV EXPL 10-254
datum uitspraak: 7 oktober 2010
VONNIS VAN DE KANTONRECHTER
inzake
[eiser]
te [adres]
eisende partij
hierna te noemen [eiser]
gemachtigde mr. R.J. Ouderdorp (heeft zich op 22 september 2010 onttrokken)
tegen
1. Accounting Plaza B.V.
2. Koninklijke Ahold N.V.
3. Albert Heijn B.V.
te Wormer, Amsterdam en Zaandam
gedaagde partij
hierna te noemen Accounting Plaza c.s.
gemachtigde mr. R.J. Wiebosch
De procedure
[eiser] heeft op gronden zoals in de dagvaarding vermeld een vordering ingesteld tegen Accounting Plaza c.s..
Hierop hebben Accounting Plaza c.s. geantwoord.
Vervolgens heeft de kantonrechter bij tussenvonnis van 22 april 2010 een comparitie van partijen gelast op 3 augustus 2010, bij welke gelegenheid de gemachtigden van partijen de zaak tevens mochten bepleiten, met de uitdrukkelijke mededeling dat geen repliek en dupliek zouden volgen.
Nadat de comparitie van partijen reeds tweemaal was uitgesteld, eenmaal op verzoek van [eiser] en eenmaal ambtshalve, heeft de gemachtigde van [eiser] één dag voor de uiteindelijk vastgestelde comparitiedatum van 23 september 2010 bij faxbericht, op de griffie ontvangen om 12.55 uur, laten weten dat hij zich aan de zaak onttrok en dat [eiser] wegens ziekte niet op de terechtzitting zou verschijnen. Om 13.03 werd een aanvullend faxbericht ontvangen, waarin door de (gewezen) gemachtigde namens [eiser] nog om uitstel werd gevraagd.
Bij faxbericht, op 22 september 2010 om 14.50 uur op de griffie ontvangen, heeft de gemachtigde van Accounting Plaza c.s. zich ten zeerste tegen verder uitstel verzet. Een kopie daarvan is door hem verstuurd aan de (gewezen) gemachtigde van [eiser].
De kantonrechter heeft vervolgens beslist dat vooralsnog geen uitstel werd verleend en dat beide partijen op de terechtzitting werden verwacht. Dat is door de griffier aan de gemachtigde van Accounting Plaza en de (gewezen) gemachtigde van [eiser] medegedeeld.
De griffier heeft daarna nog vergeefs geprobeerd om [eiser] zelf telefonisch te bereiken. Dat lukte niet, omdat geen telefoonnummer van [eiser] kon worden achterhaald.
Ter terechtzitting van 23 september zijn alleen Accounting Plaza c.s. en haar gemachtigde verschenen.
Nadat de kantonrechter melding had gemaakt van mislukte pogingen van de griffier om [eiser] telefonisch te bereiken, hebben Accounting Plaza c.s. bij hun verzet tegen verdere aanhouding volhard. In dat verband heeft de gemachtigde van Accounting Plaza c.s. nog aangevoerd, dat hij de gewezen gemachtigde van [eiser] per fax meerdere malen klip en klaar heeft medegedeeld dat de behandeling wat hem betreft voortgang zou vinden en dat hij ervan uitgaat dat de gewezen gemachtigde, een advocaat, zijn vroegere cliënt daarvan op de hoogte zou brengen.
Daarop heeft de kantonrechter besloten om de behandeling voortgang te laten vinden.
Vervolgens hebben Accounting Plaza c.s. gepersisteerd bij hun standpunt, dit door hun gemachtigde nader toegelicht en bepleit aan de hand van overgelegde pleitnotities, waarna aanvullende vragen van de kantonrechter zijn beantwoord.
Tenslotte is de uitspraak van dit vonnis op vandaag bepaald.
De vordering
De kantonrechter begrijpt dat [eiser] vordert, dat de kantonrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, een aantal verklaringen voor recht zal geven, met (hoofdelijke) veroordeling van Accounting Plaza c.s. tot betaling van een schadevergoeding, nader op te maken bij staat, alsmede met hoofdelijke veroordeling van Accounting Plaza c.s. tot betaling van een aantal in de dagvaarding genoemde suppletiebedragen, alles zoals in de dagvaarding nader verwoord en met verdere nevenvorderingen, zoals in de dagvaarding vermeld, waaronder veroordeling van Accounting Plaza c.s. in de proceskosten.
Het verweer
Het verweer strekt tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van de vordering.
Beoordeling van het geschil
Procedureel
Uitgangspunt is dat [eiser] een redelijke gelegenheid moet worden geboden om bij de mondelinge behandeling van de zaak aanwezig te zijn. Tegelijkertijd heeft de kantonrechter er echter voor te waken, dat de afhandeling van de zaak niet onnodig wordt vertraagd. De kantonrechter is het met Accounting Plaza c.s. eens, dat verder uitstel onder de gegeven omstandigheden in strijd komt met een behoorlijke procesorde. Dat de (laatste) gemachtigde van [eiser] (onweersproken is gebleven, dat dit in het onderhavige geschil al de negende gemachtigde was) zich minder dan een dag voor de comparitie van partijen aan de zaak heeft onttrokken, moet voor rekening en risico van [eiser] blijven. Voorts mag ervan worden uitgegaan dat de gewezen gemachtigde, een advocaat, vanwege de op hem rustende zorgplicht in deze, tijdig aan [eiser] heeft doorgegeven dat de zitting door zou gaan. Vervolgens heeft [eiser] zelf niets meer van zich laten horen. Het is gebleven bij een vage ziekmelding. Van Accounting Plaza c.s. mag in redelijkheid inderdaad niet worden gevergd dat de procedure om deze reden(en) weer wordt aangehouden.
Inhoudelijk
Het gaat in deze zaak kort samengevat kennelijk om twee kwesties. Enerzijds wil [eiser] primair aan de orde stellen dat hij nooit rechtsgeldig in dienst is gekomen bij Accounting Plaza BV, maar dat hij altijd in dienst is gebleven van Ahold NV, dan wel Albert Heijn BV. Daaraan koppelt hij een aantal verplichtingen uit hoofde van wanprestatie en/of onrechtmatige daad, waaraan Accounting Plaza c.s. niet hebben voldaan, zodat zij schadeplichtig zijn geworden. Subsidiar en meer subsidiair is hij van mening dat Accounting Plaza c.s. ook schadeplichtig zijn geworden als hij wel in dienst mocht zijn gekomen van Accounting Plaza BV. In elk geval meent hij recht te hebben op uitbetaling van (in de volgens hem toepasselijke CAO geregelde) WAO suppletie-uitkeringen.
Daartegen is door Accounting Plaza c.s. gemotiveerd verweer gevoerd. Bij dat verweer en in de nadere toelichting daarop bij pleidooi, is met een veelheid van producties onderbouwd dat [eiser] wel degelijk rechtsgeldig in dienst is getreden van Accounting Plaza BV, dat daar niets mis meer was en dat [eiser] niet in aanmerking kwam noch komt voor de door hem bedoelde suppletiebetalingen, omdat de betreffende CAO niet op Accounting Plaza BV van toepassing is en die CAO ook overigens geen grondslag biedt, omdat [eiser] pas in de WAO is beland na beëindiging van de dienstbetrekking.
Door niet te verschijnen bij de comparitie van partijen en geen (andere) gemachtigde te sturen, heeft [eiser] zichzelf de mogelijkheid ontnomen om in te gaan op het verweer van Accounting Plaza c.s., terwijl daartoe wel de processuele noodzaak bestond. Omdat [eiser] daartegen niets meer heeft ingebracht, moet zijn vordering als onvoldoende gemoti¬veerd worden afgewezen.
Proceskosten
[eiser], die in het ongelijk wordt gesteld, moet de proceskosten betalen.
Beslissing
De vordering wordt afgewezen.
[eiser] wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure, deze voor zover gerezen aan de zijde van Accounting Plaza c.s. tot op heden begroot op € 800,-- wegens salaris van de gemachtigde.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.M. Visser, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 oktober 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.