ECLI:NL:RBHAA:2010:BO4548
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J. van der Meer
- Th.S. Röell
- A.C. Terwiel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens gebrek aan gegronde aanwijzing van vooringenomenheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechters van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Haarlem, stellende dat door het afwijzen van zijn verzoeken tot het horen van getuigen de schijn van vooringenomenheid is gewekt. De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en onderzocht of er feiten of omstandigheden zijn die wijzen op rechterlijke vooringenomenheid.
De kamer overwoog dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die dat vermoeden weerleggen. Het enkele feit dat een rechter een verzoek afwijst, ook als die beslissing onjuist zou zijn, is onvoldoende om vooringenomenheid aan te nemen. De wrakingskamer heeft het strafdossier bestudeerd en vastgesteld dat de afwijzing van de verzoeken tot het horen van getuigen, waaronder verbalisanten van de Federale Gerechtelijke Politie en een informant, niet zodanig onbegrijpelijk was dat dit wijst op vooringenomenheid.
De kamer concludeerde dat er geen aanwijzingen zijn dat de rechters zich vooraf een oordeel hadden gevormd of vooringenomen waren jegens verzoeker. Verzoeker kan zijn bezwaren tegen de beslissingen in hoger beroep aan de orde stellen. Wraking is niet het geëigende middel. Het verzoek tot wraking is daarom afgewezen en het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor rechterlijke vooringenomenheid.