ECLI:NL:RBHAA:2010:BO6302
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- A.J. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Geen grond voor opheffing loonbeslag na (jong)meerderjarigheid kind
Partijen zijn gescheiden en bij beschikking van 31 mei 2005 is kinderalimentatie voor de zoon en partneralimentatie voor de vrouw vastgesteld. De man vordert opheffing van het loonbeslag dat de vrouw heeft gelegd, omdat hij geen betalingsachterstand meer heeft en de zoon inmiddels (jong)meerderjarig is, waardoor de vordering op hem zou zijn overgegaan.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het loonbeslag uit 2007 is gelegd toen de zoon nog minderjarig was en dat de alimentatieverplichting bij het (jong)meerderjarig worden van de zoon volgens artikel 1:395b BW is geconverteerd in een verplichting voor levensonderhoud en studie. Hierdoor is het loonbeslag niet vervallen, maar vindt betaling vanaf dat moment aan de meerderjarige plaats. De vrouw was gerechtigd de betaling te ontvangen en de derde-beslagene moet het bedrag blijven betalen zolang de executant dit verlangt.
Verder is vastgesteld dat de man een betalingsachterstand heeft vanwege niet-geïndexeerde kinderalimentatie en dat het loonbeslag gerechtvaardigd is gebleven. De vordering tot opheffing van het loonbeslag wordt daarom afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het loonbeslag wordt afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.