ECLI:NL:RBHAA:2010:BO6305

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
17 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
175482
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 lid 4 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening schorsing executie inboedelgoederen bij schuldsaneringsverzoek

Verzoekster heeft bij de rechtbank Haarlem een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling en tegelijkertijd verzocht om een voorlopige voorziening ex artikel 287 lid 4 Faillissementswet Pro, gericht op het schorsen van een aangekondigde openbare verkoop van inboedelgoederen die op executoriaal beslag waren genomen.

De rechtbank overweegt dat een schuldeiser in beginsel vrijstaat verhaal te nemen op de zaken van een schuldenaar totdat op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is beslist. Bij de belangenafweging weegt het belang van de schuldeiser bij verhaal zwaarder dan het belang van verzoekster bij het behoud van de goederen, zeker nu het minnelijk traject is mislukt.

De rechtbank concludeert dat de openbare verkoop geen onredelijke benadeling van verzoekster oplevert en dat er geen sprake is van misbruik van recht door de schuldeiser. De voorlopige voorziening wordt daarom geweigerd. Een beslissing op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling volgt separaat en zal nog worden aangekondigd.

Uitkomst: De rechtbank weigert de voorlopige voorziening tot schorsing van de executie van inboedelgoederen.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector civiel recht
zaaknummer: 175482
Beschikking van 17 november 2010
op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening van
[verzoekster],
wonende te […],
verzoekster.
Op 11 november 2010 is ter griffie het verzoek ingekomen van verzoekster tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Tevens heeft verzoekster de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening ex artikel 287 lid 4 Faillissementswet Pro (Fw) te geven. Verzoekster heeft verzocht, totdat op het verzoek tot toelating tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal zijn beslist, uitvoerbaar bij voorraad, een voorlopige voorziening te treffen, en wel door de, door C.W.M. Stam B.V. Gerechtsdeurwaarders te Purmerend (hierna: Stam), aangekondigde openbare verkoop op 18 november 2010 te 9.00 uur van de daartoe op 7 oktober 2010 in executoriaal beslag genomen roerende zaken, te schorsen.
Beoordeling
Artikel 287 lid 4 Fw Pro bepaalt dat de rechtbank in spoedeisende zaken, gelet op de belangen van partijen, bevoegd is een voorlopige voorziening bij voorraad te geven.
De rechtbank stelt voorop dat het een schuldeiser, totdat op een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is beslist, in beginsel vrijstaat door middel van een executoriaal beslag verhaal op de zaken van een schuldenaar te nemen. In het kader van voormeld verzoek ex art. 287 lid 4 Fw Pro dient het belang van de schuldeiser bij dat verhaal te worden afgewogen tegen het belang van verzoekster bij het behoud van de zaken.
Verzoekster heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat zij van mening is dat de openbare verkoop geen doorgang mag vinden, omdat meerdere schuldeisers aan de schuldhulpverlener te kennen hebben gegeven niet aan een minnelijke regeling mee te werken en dat verzoekster daarom in aanmerking wil komen voor de wettelijke schuldsaneringsregeling.
De rechtbank is van oordeel dat voormelde argument van verzoekster onvoldoende opweegt tegen het belang van Stam bij de openbare verkoop van de in executoriaal beslag genomen roerende zaken. Juist nu duidelijk is dat het minnelijk traject is mislukt, staat het de schuldeiser in beginsel weer vrij zijn vordering te innen tot de eventuele toepassing tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Niet gezegd kan worden dat verzoekster op de aangekondigde wijze onredelijk wordt benadeeld, of dat de schuldeiser misbruik maakt van zijn recht. Executie van het gelegde beslag doorkruist immers in dit geval niet de kans tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling en evenmin is gesteld of gebleken dat verzoekster daardoor wordt belemmerd in het te zijner tijd voldoen aan de verplichtingen die een eventuele toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling met zich meebrengt.
Op grond van vorenstaande zal de verzochte voorlopige voorziening dan ook worden geweigerd.
Op het verzoek tot van toepassing verklaring van de schuldsaneringsregeling zal separaat worden beslist. De datum waarop dit verzoek zal worden behandeld, wordt verzoekster nog kenbaar gemaakt.
Beslissing
De rechtbank:
- weigert de gevraagde voorziening.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. Wolfs en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2010.