ECLI:NL:RBHAA:2010:BO9358

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
11 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
470270-CV EXPL 10-7693
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • C.A. van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:46a BWArt. 7:46d BWArt. 7:46i lid 6 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bedenktijd bij overeenkomst op afstand voor televisie-, internet- en telefoniediensten begint na levering apparatuur

Tele2 Nederland B.V. vordert betaling van abonnementskosten van [A.] voor een overeenkomst tot het gebruik van televisie-, internet- en telefoniediensten. Tele2 baseert haar vordering op een overeenkomst die zij stelt op 28 juni 2008 met [A.] te hebben gesloten. [A.] betwist dit en voert aan dat de overeenkomst niet met haar maar met een inwonende derde is gesloten en dat zij tijdig heeft opgezegd.

De kantonrechter stelt vast dat de gegevens van [A.] in de administratie van Tele2 juist zijn en dat zowel een man als een vrouw contact hebben gehad over het abonnement en de opzegging. De brief van [A.] waarin zij stelt nooit gebruik te hebben gemaakt van de diensten en de monteur te hebben afgezegd, ondersteunt dat zij contractspartij is. De kantonrechter oordeelt daarom dat de overeenkomst op 28 juni 2008 tot stand is gekomen.

Vervolgens wordt het subsidiaire verweer beoordeeld dat de overeenkomst tijdig is opgezegd binnen de bedenktijd. Volgens artikel 7:46 BW Pro begint de bedenktijd bij een overeenkomst op afstand te lopen vanaf het sluiten van de overeenkomst. De kantonrechter stelt echter dat de bedenktijd pas ingaat nadat Tele2 de benodigde apparatuur heeft geleverd en toegang tot het netwerk heeft verleend, wat gepland stond op 12 augustus 2008.

Omdat [A.] op 1 augustus 2008 telefonisch heeft laten weten de overeenkomst te willen ontbinden en op 7 augustus de monteur heeft afgezegd, is de opzegging tijdig en is de overeenkomst ontbonden voordat de levering plaatsvond. De vordering van Tele2 wordt daarom afgewezen en Tele2 wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Uitkomst: De vordering van Tele2 tot betaling van abonnementskosten wordt afgewezen omdat de overeenkomst tijdig is opgezegd binnen de bedenktijd die pas inging na levering van apparatuur.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector kanton
Locatie Haarlem
zaak/rolnr.: 470270/ CV EXPL 10-7693
datum uitspraak: 11 november 2010
VONNIS VAN DE KANTONRECHTER
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TELE2 Nederland B.V.
te Amsterdam
eiseres
hierna te noemen: Tele2
gemachtigde: GGN Swier & van der Weijden gerechtsdeurwaarders
tegen
[A.]
te [woonplaats]
gedaagde
hierna te noemen: [A.]
gemachtigde: mr. J.J. Perrels
De procedure
Tele2 heeft [A.] op 29 april 2010 gedagvaard. [A.] heeft schriftelijk geantwoord. Nadat de kantonrechter had beslist dat de zaak zich niet leent voor een comparitie van partijen na antwoord, heeft Tele2 schriftelijk op het antwoord gereageerd, waarna [A.] nog een schriftelijke reactie heeft gegeven.
Vonnis is (nader) bepaald op vandaag.
De feiten
a. Op 28 juni 2008 heeft Tele2 gegevens van [A.] genoteerd in haar administratie, waaronder haar naam, woonadres en bankrekeningnummer. Daarbij is in het administratiesysteem van Tele2 vermeld ‘Tele2 TV Gold
Tot 20Mb/s internet Vaste telefoonaansluiting (…) Gratis installatie door monteur en gebruik van draadloos modem en decoder (…) Contractduur 12 maanden.’
b. Bij brief van 21 juli 2008 heeft Tele2 aan [A.] bevestigd de telefonisch gemaakte afspraak voor de installatie door een monteur van de bestelde diensten op
12 augustus 2008.
c. Tele 2 noteert op 1 augustus 2008 naar aanleiding van die dag gevoerde telefoon-gesprekken:“klant wil opzeggen” en “mevrouw geeft aan dat zij vrees geen goede verbinding te krijgen met haar decoder omdat de zendpaal te ver weg staat. mevrouw wilt graag iemand van opzeggingen spreken.”
Op 6 augustus 2008 noteert Tele2 naar aanleiding van een telefoongesprek dat: “de klant wil opzeggen (…) voordat ze het heeft aangesloten. Omdat zij vermoed dat ze een slechte verbinding zal hebben”. Vervolgens noteert Tele2 op 7 augustus 2008 over een telefoongesprek: “Klant denkt dat hij zomaar op kan zeggen (…) Klant kan alleen afkopen en niet kosteloos opzeggen.”
d. Op 7 augustus 2008 is telefonisch de afspraak met de monteur afgezegd en is ook de overeenkomst met Tele2 opgezegd.
e. [A.] heeft geen diensten van Tele2 afgenomen.
f. Tele2 heeft in de periode van 5 augustus 2008 tot 5 juli 2009 facturen opgemaakt op naam van [A.] voor de abonnementskosten van 25 juli 2008 tot en met 24 juli 2009.
g. In een brief van 14 november 2008 heeft [A.] Tele2 gemeld:
“hierbij wil ik u erop wijzen dat wij nooit gebruik hebben gemaakt van de diensten van Tele2. Wij hebben dan ook diverse keren melding gemaakt bij Tele2 zelf o.a. bij [X.] op 07-08-08. Tevens hebben wij ook op diezelfde dag de monteur afgezegd. De reden was dat ons huis te ver van de zendmast afligt en de buren van nr. 36 het ook hebben geprobeerd en zeer slecht beeld hadden. Ook konden wij geen tweede tv aansluiten wat wij wel hadden aangegeven.”
De vordering
Tele2 vordert - na vermindering van eis - [A.] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van € 567,81aan haar. De vordering bestaat uit € 409,40 aan hoofdsom, € 8,41 aan rente, en € 150,00 aan buitengerechtelijke kosten, nog te vermeerderen met verdere rente.
Tele2 legt aan de vordering een overeenkomst tot het gebruik van telecommunicatie-, programma- en internetdiensten en de daarbij behorende algemene voorwaarden ten grondslag, op basis waarvan [A.] over de periode van 25 juli 2008 tot 24 juli 2009 abonnementskosten verschuldigd is. Ondanks aanmaningen heeft [A.] een betalingsachterstand laten ontstaan. Door niet tijdig te betalen, is [A.] op grond van de voorwaarden tevens rente verschuldigd. De buitengerechtelijke incassokosten komen eveneens op grond van de voorwaarden dan wel op grond van de wet voor rekening van [A.].
Het verweer
[A.] betwist de vordering. Zij voert (samengevat) aan dat zij niets aan Tele2 is verschuldigd, omdat zij (primair) geen overeenkomst heeft gesloten met Tele2 en (subsidiair) de overeenkomst tijdig is opgezegd. [A.] betwist ook (de hoogte van) de incassokosten.
Hetgeen partijen verder naar voren hebben gebracht wordt - voor zover van belang - bij de beoordeling van het geschil besproken.
De beoordeling van het geschil
1. Partijen twisten ten eerste over de vraag of tussen hen een overeenkomst tot stand is gekomen. Tele2 stelt dat de overeenkomst met [A.] op 28 juni 2008 tot stand is gekomen, ter ondersteuning waarvan zij verwijst naar de in haar administratie opgenomen gegevens van [A.], de onder a. en c. van de feiten aangehaalde transcripties van de telefoongesprekken die in de periode van 19 juli tot en met 1 september 2008 over het abonnement zijn gevoerd en de onder g. van de feiten aangehaalde brief van [A.]. [A.] stelt daartegenover dat niet zij maar de toentertijd bij haar inwonende [B.] in 2008 telefonisch contact met Tele2 gehad over een abonnement op zijn eigen naam, maar dat die [B.] vanwege vermeende problemen met betrekking tot het doorgeven van signalen heeft afgezien van dat abonnement en de monteur heeft afgebeld.
2. Het (primaire) verweer van [A.] wordt verworpen. Daarvoor heeft het volgende te gelden. [A.] heeft in de eerste plaats de juistheid van haar gegevens in de administratie van Tele2 - met uitzondering van het vermelde mobiele telefoonnummer - niet betwist. Uit de transcriptie van de telefoongesprekken blijkt, anders dan door [A.] is aangevoerd, dat zowel een man als een vrouw contact met Tele2 hebben gehad over het abonnement en de opzegging daarvan. Daar komt bij dat [A.] ook in haar brief van 14 november 2008 stelt niet van plan te zijn enige betaling aan Tele2 te doen omdat ‘wij nooit gebruik hebben gemaakt van de diensten van Tele2’ en dat ‘ook (…) de monteur (ktr: is) afgezegd’. In deze brief rept [A.] er niet over dat Tele 2 aan het verkeerde adres is en dat [B.] contractspartij is. Gelet op deze feiten en omstandigheden kan [A.] dan ook naar het oordeel van de kantonrechter niet volhouden dat zij geen contractspartij is. De kantonrechter houdt het er dan ook voor dat op 28 juni 2008 tussen Tele2 en [A.] een overeenkomst tot stand gekomen.
3. Daarmee komt het subsidiaire verweer aan de orde. De kantonrechter stelt voorts vast dat het hier gaat om een overeenkomst op afstand tot het verrichten van televisie-, internet-, en telefoniediensten, zoals bedoeld in artikel 7:46a bij c. BW. Volgens het bepaalde in artikel 7:46i lid 6 jo. 7:46d BW begint de termijn van zeven werkdagen waarbinnen de consument de overeenkomst kan opzeggen te lopen vanaf het sluiten van de overeenkomst. De bedoeling achter de bedenktijd is de consument in staat te stellen te beoordelen of een dienst of product wel aan zijn verwachtingen beantwoordt en zo niet, een overeenkomst binnen een redelijke termijn te ontbinden. In dit geval kon [A.] pas gebruik maken van de overeengekomen diensten na ontvangst en aansluiting van de daarvoor benodigde apparatuur (modem en decoder) en aansluiting op het netwerk van Tele2. Dit zou plaatsvinden op 12 augustus 2008, na afloop van de hiervoor genoemde bedenktijd. Pas op dat moment had [A.] kunnen beoordelen of zij gebruik wilde maken van deze diensten. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is de kantonrechter van oordeel dat de bedenktijd pas dient in te gaan nadat Tele2 [A.] de benodigde apparatuur had geleverd en toegang had verleend op haar netwerk. Door of namens [A.] is Tele2 op 1 augustus 2008 telefonisch al duidelijk gemaakt dat zij van de overeenkomst afwilde. Vervolgens is op 7 augustus 2008 de monteur afgebeld en is de overeenkomst telefonisch opgezegd, derhalve nog voordat de levering van de apparatuur en diensten plaats kon vinden. Het (subsidiaire) verweer van [A.] dat de overeenkomst tijdig is opgezegd slaagt daarom. Dit heeft tot gevolg dat de overeenkomst op 7 augustus 2008 is ontbonden en dat Tele2 [A.] niets aan Tele2 is verschuldigd. De vordering van Tele2 met inbegrip van de rente en kosten zal daarom worden afgewezen en zij zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.
De beslissing
De kantonrechter:
- wijst de vordering af;
- veroordeelt Tele2 tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [A.] tot en met vandaag worden begroot op € 200,00 aan salaris gemachtigde, te voldoen aan de griffier door overmaking op rekeningnummer RBS 56.99.90.629 ten name van MvJ arrondissement Haarlem onder vermelding van “proceskostenveroordeling" en het zaak- en rolnummer en verklaart dit vonnis in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;
Dit vonnis is gewezen door mr. C.A. van Dijk en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.