ECLI:NL:RBHAA:2010:BO9383

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
3 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
zaak/rep.nr.: 484782 \ AO VERZ 10-648
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • F.J.P. Veenhof
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:685 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst na ontslag op staande voet wegens verdenking drugsmokkel

De werkneemster was sinds 2001 in dienst bij KLM Catering Services Schiphol B.V. (KCS) en werd op 20 april 2010 aangehouden en in voorlopige hechtenis gesteld wegens verdenking van drugsmokkel via haar werkplek. KCS sprak op 7 juni 2010 ontslag op staande voet uit. De voorlopige hechtenis werd op 7 juli 2010 opgeheven. KCS verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens dringende reden of subsidiair wegens gewijzigde omstandigheden.

De werkneemster betwistte de verdenking en stelde dat zij niet in de gelegenheid was geweest om informatie te verstrekken vanwege haar detentie. Zij voerde aan dat haar werkzaamheden niet direct verband hielden met de verdenking en dat het ontslag onterecht was. Zij verzocht bij ontbinding om een billijke vergoeding.

De kantonrechter oordeelde dat de dringende reden pas vaststaat bij onherroepelijke veroordeling, wat nog niet het geval was. Wel was sprake van gewijzigde omstandigheden die ontbinding rechtvaardigen, omdat het vertrouwen van KCS in de werkneemster was geschaad, mede door het uitblijven van contact en openheid. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden zonder vergoeding, omdat de reden voor beëindiging in de risicosfeer van de werkneemster lag.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden zonder vergoeding wegens vertrouwensbreuk na verdenking drugsmokkel.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector kanton
Locatie Haarlem
zaak/rep.nr.: 484782 \ AO VERZ 10-648
datum uitspraak: 3 november 2010
BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST
inzake
KLM Catering Services Schiphol B.V.
te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer
verzoekster
hierna: KCS
gemachtigde: mr. P.G. Vestering
tegen
[A.]
te [woonplaats]
verweerster
hierna: [A.]
gemachtigde: mr. A. Knol
De procedure
Op 13 oktober 2010 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van KCS. [A.] heeft een verweerschrift ingediend.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 20 oktober 2010. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigden van partijen hebben pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.
Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.
De feiten
Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro¬ken inhoud van de producties, staat tussen partij¬en het volgende vast:
a. [A.], geboren op [geboortedatum], is sinds 1 oktober 2001 bij KCS in dienst, laatstelijk in de functie van Medewerker A tegen een salaris van €2.244,07 bruto per maand exclusief vakantiegeld en overige emolumenten, inclusief onregelmatigheidstoeslag.
b. Op 20 april 2010 is KCS aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij smokkel van verdovende middelen.
c. KCS is op 20 april 2010 in voorlopige hechtenis gesteld.
d. Bij brief van 7 juni 2010 heeft [A.] KCS op staande voet ontslagen.
e. Bij beslissing van 7 juli 2010 heeft de rechtbank Haarlem de voorlopige hechtenis van KCS met onmiddellijke ingang opgeheven.
f. Bij brief van 16 augustus 2010 heeft de gemachtigde van KCS namens haar de nietigheid van het ontslag op staande voet ingeroepen.
Het verzoek
KCS verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, voor het geval het dienstverband tussen partijen nog mocht blijken te bestaan, primair wegens een dringende reden en subsidiair wegens veranderingen in de omstandigheden.
Ter toelichting stelt KCS – samengevat – het volgende.
De officier van Justitie heeft bevestigd dat [A.] verdacht wordt van het smokkelen van verdovende middelen via haar werkplek bij KCS.
Voor KCS weegt het feit dat [A.] ervan wordt verdacht haar werkplek te hebben misbruikt voor het plegen van strafbare feiten zeer zwaar.
[A.] of haar gemachtigde heeft geen enkele informatie aan KCS verschaft.
Voor de onderneming van KCS is een onvoorwaardelijk vertrouwen in haar medewerkers noodzakelijk.
Het is niet mogelijk [A.] in haar eigen functie te werk te stellen. Een medewerkster die van smokkel van verdovende middelen wordt verdacht, kan niet te werk worden gesteld op de werkplek waar de strafbare feiten plaats zouden hebben gevonden. Herplaatsing in een andere, minder “veiligheidsgevoelige” functie is evenmin een optie.
Het op onbetaald non-actief plaatsen van [A.] is ook geen optie, omdat zij deel uitmaakt van een groep van 14 medewerkers die van drugsmokkel worden verdacht.
De tegen [A.] ontstane verdenking, die niet evident op een misslag van justitie berust, leidt gezien alle omstandigheden tot een vertrouwensbreuk die in dit geval in redelijkheid behoort te leiden tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
Voor zover er geen sprake is van een of meer dringende redenen, dan is sprake van verandering in de omstandigheden van dien aard dat de arbeidsovereenkomst zo spoedig mogelijk moet worden ontbonden.
Er bestaat geen aanleiding voor toekenning van een vergoeding aan [A.].
Het verweer
[A.] concludeert primair tot (niet-ontvankelijkheid) afwijzing van het verzoek. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [A.] om toekenning van een vergoeding van €43.624,72 .
Ter toelichting voert [A.] – samengevat – het volgende aan.
KCS kan niet in redelijkheid volhouden dat er een verdenking is. Er is sprake van een misslag wat die verdenking betreft. Aan bijkomende voorwaarden dient geen of minder waarde te worden gehecht, nu juist de strafrechter al heeft geoordeeld dat van ernstige bezwaren geen sprake is.
[A.] is door haar detentie niet in de gelegenheid geweest aan KCS de door haar verlangde informatie te geven. Bovendien had het op de weg van KCS gelegen om bij [A.] te informeren. KCS vaart echter blind op de informatie van de officier van justitie en is niet geïnteresseerd in de wat [A.] heeft te zeggen.
KCS handelt niet als een redelijke werkgever.
De werkzaamheden van [A.] bestaan louter uit het leeghalen van trolleys en het plaatsen van het servies in de afwasmachine. [A.] komt dus niet in de buurt van vliegtuigen. [A.] heeft het vertrouwen van KCS nimmer geschaad. Zij kan er niets aan doen dat zij in het onderzoek is aangehouden. Enige aanleiding heeft zij daartoe niet gegeven.
Feitelijk kan ook niet worden volgehouden dat de verdenking direct verband houdt met de werkzaamheden van [A.]. Er is immers niet bij [A.] gevonden. De enkele aanwijzing die er is betreft alleen de gedachte dat er iets in haar tas zou kunnen hebben gezeten.
[A.] is van mening dat de voorwaardelijk verzochte ontbinding moet worden geweigerd.
Indien de kantonrechter evenwel oordeelt dat sprake is van een verandering van omstandigheden en de arbeidsovereenkomst ontbindt, dan maakt [A.] aanspraak op een onvoorwaardelijke billijke vergoeding naar factor C=2.
De beoordeling van het verzoek
Ontbinding van de arbeidovereenkomst
1. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:685 lid 1 BW Pro.
2. De dringende reden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst kan eerst komen vast te staan, wanneer [A.] onherroepelijk zou worden veroordeeld voor het strafbare feit waarvan zij wordt verdacht. Die situatie doet zich thans nog niet voor. Die grondslag van het verzoek kan daarom niet tot toewijzing daarvan leiden.
3. Naar het oordeel van de kantonrechter is wel sprake van gewijzigde omstandigheden die ertoe leiden dat van KCS niet langer kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.
4. De aard en locatie van het bedrijf van KCS brengen met zich dat KCS volledig op haar werknemers moet kunnen vertrouwen. Voldoende gebleken is dat binnen het bedrijf van KCS onrust is ontstaan door de aanhouding van 14 van haar medewerkers, waaronder [A.]. Terugkeer van [A.] naar haar werkplek zou die onrust weer aanwakkeren.
5. Voorts heeft [A.] zelf naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende gedaan om in contact te treden met KCS. Zij heeft weliswaar aangevoerd dat zij daartoe niet in de gelegenheid is geweest, maar nu zij in de strafzaak van juridische bijstand was voorzien, had zij via haar advocaat met KCS in contact moeten treden om het door KCS noodzakelijk geachte overleg te voeren. [A.] zou dan de door KCS gewenste openheid van zaken hebben kunnen geven. De brief van haar gemachtigde van 16 augustus 2010 is daarom rijkelijk laat.
6. Gelet op deze gang van zaken is het alleszins te billijken dat KCS het vertrouwen in [A.] heeft verloren.
7. Er zijn dus voldoende gewichtige redenen om de arbeidsovereenkomst op korte termijn te ontbinden, zodat het verzoek in zoverre toewijsbaar is.
Vergoeding
8. Beoordeeld moet worden of aan [A.] in redelijkheid een vergoeding toekomt.
9. De reden van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst ligt volledig in de risicosfeer van [A.]. Nu, zoals uit het vorenstaande blijkt, het wegvallen van het vertrouwen van KCS aan [A.] is te wijten, bestaat geen aanleiding aan [A.] een billijke vergoeding toe te kennen.
10. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in deze beschikking is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.
11. Gezien de aard van de procedure worden de kosten tussen partijen gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Beslissing
De kantonrechter:
Ontbindt de arbeidsovereenkomst voor het geval deze nog tussen partijen bestaat tegen
3 november 2010.
Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.