ECLI:NL:RBHAA:2010:BO9655
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- C.J. Baas
- T.S. Röell
- J.J. Dijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter omdat deze tijdens de zitting besloot de hoofdzaak voor onbepaalde tijd aan te houden, zodat de officier van justitie nader onderzoek kon verrichten naar een vermeende snelheidsovertreding. Verzoeker stelde dat de kantonrechter hem benadeelde en de schijn van vooringenomenheid wekte, en dat op grond van artikel 13 Wahv Pro direct uitspraak had moeten worden gedaan.
De rechtbank overwoog dat uit niets bleek dat de kantonrechter voorafgaand aan zijn beslissing vooringenomen was. Het verzoek faalde omdat artikel 13 Wahv Pro niet vereist dat direct uitspraak wordt gedaan na het horen van partijen, maar ziet op situaties waarin het onderzoek ter zitting reeds gesloten is, wat hier niet het geval was. Bovendien is het aanhouden van de zaak voor nader onderzoek niet ongewoon.
De rechtbank benadrukte dat een ongunstige of zelfs onjuiste beslissing op zichzelf geen grond is voor het vermoeden van vooringenomenheid, tenzij de beslissing zo onbegrijpelijk is dat alleen vooringenomenheid die kan verklaren. Dit was hier niet aan de orde. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en het proces in de hoofdzaak werd voortgezet in de stand waarin het zich bevond bij het indienen van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor vooringenomenheid.