ECLI:NL:RBHAA:2010:BP6188
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bestuurdersaansprakelijkheid wegens economische malaise als oorzaak faillissement
De curator van het faillissement van [A]-Transport B.V. vordert dat de statutair bestuurder, [A], hoofdelijk aansprakelijk wordt gesteld voor het boedeltekort van € 390.000,00 wegens onbehoorlijke taakvervulling. De curator baseert zich op het niet voldoen aan boekhoudplicht en het te laat publiceren van jaarrekeningen, en stelt dat hierdoor het faillissement mede is veroorzaakt.
De bestuurder betwist dit en voert aan dat hij alle gevraagde stukken heeft verstrekt, dat de financiële problemen voortkomen uit economische malaise en verlies van grote klanten, en dat het te laat deponeren van de jaarrekening 2005 geen belangrijke oorzaak is van het faillissement. Hij onderbouwt dit met een businessplan uit 2004 en verklaringen van de accountant.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 2:248 lid 2 BW Pro een vermoeden bestaat van onbehoorlijke taakvervulling bij niet-naleving van verplichtingen, maar dat dit vermoeden kan worden weerlegd door aannemelijk te maken dat andere oorzaken het faillissement hebben veroorzaakt. De bestuurder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat economische omstandigheden de belangrijkste oorzaak zijn geweest. De curator heeft dit niet weersproken en onvoldoende onderbouwd dat sprake is van onbehoorlijk bestuur of onzorgvuldig handelen.
Daarom wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt de curator in de proceskosten. De bestuurder wordt niet aansprakelijk gehouden voor het faillissementstekort.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot bestuurdersaansprakelijkheid af wegens onvoldoende bewijs van onbehoorlijk bestuur als belangrijke faillissementsoorzaak.