ECLI:NL:RBHAA:2010:BQ1318
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.E. Keulemans
- M.C. van As
- M.H.L.C. Bijvoet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag overdrachtsbelasting bij verhuurde onroerende zaak
Eiser, directeur-grootaandeelhouder van E B.V., verkreeg op 27 april 2004 een onroerende zaak voor €945.000. De Belastingdienst stelde de waarde van het pand op die datum op €1.500.000 in verhuurde staat en legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op wegens te weinig betaalde belasting. Eiser betwistte dit en voerde aan dat op de datum van verkrijging geen huurovereenkomst bestond en dat hij niet op de hoogte was van de voorgenomen huur.
De rechtbank stelde vast dat het op 27 april 2004 voorzienbaar was dat G het pand zou huren, ongeacht of eiser daarvan op de hoogte was. Dit betekent dat bij de waardebepaling rekening moet worden gehouden met de huur, conform de waarde in verhuurde staat. De Belastingdienst had voldoende aannemelijk gemaakt dat de waarde €1.500.000 bedroeg.
Verder oordeelde de rechtbank dat de naheffingsaanslag voldoende duidelijk was en terecht aan eiser was opgelegd, niet aan F B.V. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen toezegging was gedaan dat geen naheffingsaanslag zou volgen. De heffingsrente was volgens de rechtbank terecht en wettelijk bepaald.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot vernietiging van de naheffingsaanslag en heffingsrente af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting en heffingsrente.